ECLI:NL:RBAMS:2026:3383
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling in huurzaak woonruimte met toetsing oneerlijke bedingen
In deze huurzaak woonruimte vordert de verhuurder betaling van een huurachterstand en nevenvorderingen. De gedaagde huurder is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden aan Richtlijn 93/13 EG inzake oneerlijke bedingen, omdat het hier gaat om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument.
De kernbedingen zoals huurprijs en servicekosten zijn transparant en uitgesloten van toetsing. De relevante bepalingen over huurprijswijziging en wijziging voorschot servicekosten worden niet als oneerlijk beoordeeld. Ook de bepalingen over buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden, mede gelet op recente jurisprudentie, niet als oneerlijk aangemerkt, behalve dat het proceskostenbeding niet meer proceskosten mag opleggen dan wettelijk is toegestaan.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten toe, maar wijst de gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden conform het liquidatietarief toegewezen en de veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Huurder wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, na toetsing van oneerlijke bedingen.