ECLI:NL:RBAMS:2026:3478
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot teruggave van inbeslaggenomen fatbike wegens proportionaliteit en subsidiariteit
Op 5 november 2025 werd een fatbike in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek tegen klager wegens het rijden op een niet-goedgekeurd voertuig. Klager werd meerdere malen eerder staande gehouden en gewaarschuwd voor het gebruik van de fatbike zonder typegoedkeuring, waarbij hij ondanks waarschuwingen en boetes bleef rijden.
Klager diende een beklag in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek om teruggave van de fatbike. Hij voerde aan dat het niet waarschijnlijk is dat de fatbike verbeurd zal worden verklaard, mede omdat er geen technisch onderzoek was gedaan en de fatbike niet was voorzien van een gashendel. Subsidiair stelde hij dat het beslag disproportioneel en niet subsidiariteit was, aangezien de moeder van klager de fatbike had gekocht en zij het zwaarst getroffen werd.
Het Openbaar Ministerie stelde dat het niet onwaarschijnlijk is dat de fatbike verbeurd wordt verklaard, maar zag geen bezwaar tegen teruggave indien de fatbike direct wordt verkocht en klager er geen gebruik van kan maken. De rechtbank oordeelde dat klager ontvankelijk is in het beklag en dat het voortzetten van het beslag niet in overeenstemming is met proportionaliteit en subsidiariteit. Daarom werd de teruggave aan de moeder van klager gelast, die als rechthebbende wordt aangemerkt.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor zowel klager als het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen fatbike aan de rechthebbende wegens het niet voldoen aan proportionaliteit en subsidiariteit.