Bunneman vordert in kort geding inzage in diverse documenten van IAG c.s. om zich voor te bereiden op een getuigenverhoor in een lopende bodemprocedure over een vermeende onjuiste voorraadwaardering in de conceptjaarrekening 2022 van Cordial.
IAG c.s. voert verweer dat het inzageverzoek geen spoedeisend belang heeft en dat de bewijsopdracht in de bodemprocedure aan hen is gericht, waardoor het verzoek in kort geding niet passend is. De rechtbank overweegt dat de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht sinds 1 januari 2025 verzoeken tot voorlopige bewijsverrichtingen in kort geding tijdens een bodemprocedure in principe uitsluit, met uitzondering van inzagevorderingen.
Desondanks oordeelt de voorzieningenrechter dat toewijzing van het inzageverzoek in kort geding alleen in uitzonderlijke gevallen kan plaatsvinden wanneer niet van eiser kan worden gevergd de bodemrechter af te wachten. Nu er geen spoedeisend belang is en het getuigenverhoor pas vanaf juli 2026 gepland kan worden, is er voldoende tijd om het verzoek in de bodemprocedure te behandelen.
Ook het inzageverzoek met betrekking tot de earn-out regeling, verkoperslening en het geschil met PRMS Invest B.V. wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Bunneman wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.101,00.