Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
[de opgeëiste persoon]
Procedure
Juridisch kader en geldigheidsduur uitleveringsdetentie
de officier van justitie heeft verzuimd tijdig de vordering tot verlenging in te dienen
de voorwaarden voor toepassing van voorlopige hechtenis nog bestaan, en
het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.
“de uitleveringsdetentie duurt dan voort op grond van artikel 21 of Pro 22 van de ULW totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan”.De rechtbank ziet aanleiding om op deze overweging terug te komen, aangezien zowel in artikel 21, derde lid, UW als in artikel 22, eerste lid, UW is bepaald dat de vrijheidsbeneming kan worden voortgezet “tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist”. Dat de uitleveringsdetentie in deze situatie voortduurt totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan, berust dus op een kennelijke misslag. Gelet op deze verbeterde lezing, is het mogelijk om in toekomstige vergelijkbare gevallen opnieuw de gevangenhouding op de zitting te bevelen voordat het onderzoek wordt gesloten. Zoals hierboven al is vermeld, is dat in de situatie van de opgeëiste persoon niet op de zitting van 5 maart 2026 gebeurd.
Beoordeling van de vordering
“totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan”.