Op 5 februari 2025 zijn op verzoek van Belgische autoriteiten twee Tesla-voertuigen en bijbehorende sleutels in beslag genomen in Hoofddorp ter uitvoering van een Europees Bevriezingsbevel (EBB). Klager diende op 21 januari 2026 een klaagschrift in bij de rechtbank Amsterdam tegen deze inbeslagneming. Tijdens de zitting op 26 maart 2026 werd het klaagschrift besproken, waarbij de raadsman van klager stelde dat de rechtbank Amsterdam bevoegd was, terwijl de Gedelegeerd Europees Aanklager (GEA) zich niet verzette tegen behandeling door deze rechtbank.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 552a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de rechtbank van het arrondissement waar de inbeslagneming heeft plaatsgevonden bevoegd is, in dit geval de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. Omdat er geen vervolging in Nederland is ingesteld, kan de rechtbank Amsterdam geen bevoegdheid ontlenen aan de regeling voor concentratierechtbanken in EOM-zaken. De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse wetgever niet heeft beoogd dat concentratierechtbanken ook klaagschriften tegen handelingen van de GEA behandelen.
De rechtbank wees er verder op dat het ontbreken van verzet van partijen tegen behandeling door de rechtbank Amsterdam geen bevoegdheid creëert. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en stelde de stukken ter verzending aan de bevoegde rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, beschikbaar.