Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3649

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
13-024533-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon naar België ondanks detentiegevaar

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 maart 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit België voor de overlevering van een persoon verdacht van moord en zware mishandeling. De opgeëiste persoon, zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd bijgestaan door een raadsman en tolk.

Hoewel de rechtbank eerder had vastgesteld dat er een algemeen gevaar bestaat voor onmenselijke detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, werd voor deze zaak een specifieke detentiegarantie verstrekt. Deze garantie omvatte onder meer voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair, toegang tot dagactiviteiten en medische zorg conform internationale standaarden.

De raadsman betoogde dat de garantie onvoldoende is en dat er een reëel gevaar blijft voor onmenselijke behandeling. De officier van justitie stelde daarentegen dat de garantie het algemene gevaar wegneemt en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de garantie niet wordt nageleefd.

De rechtbank concludeerde dat er geen objectieve gegevens zijn die de uitvoerbaarheid van de garantie in twijfel trekken en dat het risico op onmenselijke behandeling voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Daarom werd de overlevering toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon naar België toe vanwege voldoende detentiegarantie ondanks algemeen detentiegevaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-024533-26
Datum uitspraak: 9 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 29 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 november 2025 door de Rechtbank van eerste aanleg Charleroi (Henegouwen), België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] (Turkije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentie-instelling] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 maart 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.C. Polat, advocaat in Breukelen, en door een tolk in de Turkse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft. De rechtbank constateert dat in het EAB een andere geboortedatum en -plaats staan vermeld. Uit onderzoek van de politie is echter gebleken dat de twee personalia, die in de politiesystemen verschijnen bij de naam [de opgeëiste persoon] op dezelfde persoon zien en dat de opgeëiste persoon degene is die door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt gezocht.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek gewezen op 28 november 2025 door de onderzoeksrechter bij de Rechtbank van eerste aanleg Charleroi (Henegouwen).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Belgisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

4.1
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden

Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen. [4]
De rechtbank stelt vast dat er bij brief van 23 februari 2026, afkomstig van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele Rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken – Centrale autoriteit, de volgende detentiegarantie is gegeven voor de opgeëiste persoon:
“1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[de opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Leuze-en-Hainaut indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [de opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte.
Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW Pro moet worden geweigerd. Er bestaat namelijk een reëel gevaar dat de opgeëiste persoon onmenselijk of vernederend zal worden behandeld in de Belgische gevangenis. De individuele detentiegarantie kan dit gevaar niet wegnemen nu niet langer kan worden vertrouwd op de nakoming van de verstrekte detentiegarantie door de Belgische autoriteiten. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman gewezen op voorbeelden uit zijn praktijk en verwezen naar recente nieuwsberichten uit de Belgische media over de problemen in de Belgische gevangenissen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg staat. De nieuwsberichten waarnaar door de raadsman is verwezen onderstrepen het aangenomen algemeen gevaar op schending van grondrechten in de Belgische gevangenissen. Het algemeen gevaar wordt voor de opgeëiste persoon echter weggenomen middels de verstrekte detentiegarantie. Bovendien zijn er ten aanzien van de detentie-instelling
Leuze-en-Hainautgeen berichten, waaruit zou volgen dat niet aan de verstrekte detentiegarantie zou kunnen worden voldaan.
Het oordeel van de rechtbank
De voormelde detentiegarantie is niet afkomstig van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit. Daarom dient de rechtbank de geboden zekerheid van de garantie te toetsen aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt. [5] De krantenartikelen waar door de raadsman op is gewezen, vormen naar het oordeel van de rechtbank een bevestiging van het algemene gevaar. De rechtbank overweegt verder dat deze zaak verschilt van de zaken die door de raadsman zijn aangehaald. In die zaken beschikte de rechtbank over gegevens van de federale overheidsdienst, waaruit bleek dat in de betreffende detentie-instellingen (Mechelen en Hasselt) sprake was van een zeer grote mate van overbevolking. De zorgen daarover werden bovendien onderschreven door destijds recente uitlatingen van de gevangenisdirecteuren van de betreffende detentie-instellingen. De rechtbank beschikt niet over dergelijke gegevens ten aanzien van de detentie-instelling in
Leuze-en-Hainaut, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Er zijn kortom geen objectieve gegevens op grond waarvan aan de uitvoerbaarheid van de verstrekte garantie kan worden getwijfeld. Ten aanzien van de door de raadsman aangehaalde voorbeelden uit zijn praktijk over de naleving van detentiegaranties overweegt de rechtbank dat die voorbeelden betrekking hebben op de detentie-instelling in Hasselt en niet op
Leuze-en-Hainaut,wat verder ook van die voorbeelden zij.
De rechtbank is, gelet op de toezegging van de Belgische autoriteiten, dan ook van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat dat hij aan een onmenselijke of vernederende behandeling wordt onderworpen, omdat het gevaar met deze garantie voor hem is weggenomen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van eerste aanleg Charleroi (Henegouwen), België, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:218:589.