Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3836

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
13-219797-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 27 OLWArt. 9 OLWArt. 23 OLWRaamwerkbesluit 2008/909/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding en overlevering uit Polen: aanhouding Europees aanhoudingsbevel aangehouden wegens lopende procedure

De rechtbank Amsterdam behandelt een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een Poolse verdachte. De procedure startte in september 2025 en is sindsdien meerdere malen geschorst vanwege het ontbreken van een noodzakelijk certificaat en vonnis uit Polen.

De rechtbank constateert dat het certificaat afhankelijk is van een nog lopende procedure in Polen, waardoor het niet tijdig kan worden verstrekt. Dit vormt een uitzonderlijke omstandigheid in de zin van artikel 22, vierde lid, van de Overleveringswet (OLW). De rechtbank verlengt daarom de beslistermijn en de geschorste overleveringsdetentie met 60 dagen om het certificaat af te wachten.

De verdediging heeft verjaring aangevoerd als weigeringsgrond, maar de rechtbank besluit hierover nog niet te oordelen en verwijst naar eerdere tussenuitspraak. De zaak wordt aangehouden tot uiterlijk 16 juni 2026, waarna een nieuwe zitting zal plaatsvinden. De verdachte wordt opgeroepen met een Poolse tolk aanwezig.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam op 16 april 2026 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.

Uitkomst: De rechtbank houdt de behandeling van het Europees aanhoudingsbevel aan en verlengt de beslistermijn en overleveringsdetentie met 60 dagen vanwege een lopende procedure in Polen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-219797-25
Datum uitspraak: 16 april 2026
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 25 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in
behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 april 2020 door
the Circuit Court in Tarnobrzeg, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 11 september 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op deze zitting. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak van 25 september 2025 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten, en het gelijkstellingsverweer en de verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn in het kader van artikel 6a OLW. De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en heeft daarom het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het veroordelende vonnis en het certificaat op te vragen bij de Poolse autoriteiten. Wat de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
Zitting van 9 oktober 2025
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op deze zitting. Het benodigde certificaat en vonnis waren ten tijde van die zitting nog niet verstrekt. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst en de beslistermijn met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie, zoals bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid omdat de procedure afwijkt van de eerdere praktijk waarin zonder deze stukken (certificaat en vonnis) kon worden geweigerd en de straf direct kon worden overgenomen. De praktijk is nog niet ingericht op de door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) voorgeschreven werkwijze waardoor het kan voorkomen dat de in de wet voorgeschreven termijn niet gehaald wordt.
Zitting van 4 december 2025
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op deze zitting.
Tussenuitspraak van 18 december 2025 [4]
De rechtbank heeft uit de berichten van de Poolse autoriteiten van 2 en 8 oktober 2025 en 26 november 2025 vastgesteld dat in Polen een procedure aanhangig is voordat het certificaat kan worden toegestuurd. Uit deze berichten kan niet worden afgeleid dat het certificaat niet zal worden verstrekt. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd heropend en de beslistermijn op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Voorts heeft de rechtbank in het kader van deze heropening aan de officier van justitie opgedragen om de door de rechtbank geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. Wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
Zitting van 29 januari 2026
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op deze zitting. Het benodigde certificaat en vonnis waren ten tijde van die zitting nog niet verstrekt. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst en de beslistermijn op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie, zoals bedoeld in artikel 27, derde lid, OLW. Voorts heeft de rechtbank in het kader van deze heropening aan de officier van justitie opgedragen om opnieuw de door de rechtbank geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
Zitting van 2 april 2026
De behandeling van het EAB is - met instemming van partijen - in gewijzigde samenstelling, voortgezet op deze zitting, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is - met goedkeuring van de rechtbank - niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. D.S. Altena, waarnemend voor haar kantoorgenoot, mr. R. Zilver, beiden advocaat in Utrecht.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 6 van de tussenuitspraak van 25 september 2025 en onder punt 3 van de tussenuitspraak van 18 december 2025. De overwegingen uit de tussenuitspraken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Naar aanleiding van vragen die de rechtbank in de tussenuitspraak van 18 december 2025 heeft geformuleerd, heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 14 januari 2026 en 5 maart 2026 tweemaal dezelfde informatie verstrekt over het certificaat, te weten:

(…) in case II Kop 15/20 (II Kop 28/25), we would like to kindly inform you again that the certificate constituting Annex No. 1 to the Framework Decision 2008/09 with a translation will be sent after the final conclusion of the proceedings in the case conducted at the Regional Court in Tarnobrzeg under the reference number II Kop 28/25.
Due to the procedural deadlines in case II Kop 28/25, it is not possible to clearly indicate the deadline for the final completion of these proceedings, and only then is it possible to issue a certificate constituting Annex No. 1 to Framework Decision 2008/09.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd wegens verjaring als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek ter zitting moet worden aangehouden om het certificaat af te wachten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden toegestaan omdat er gelet op het lange tijdsverloop inmiddels geen sprake meer is van een bijzondere omstandigheid die verlenging van de beslistermijn rechtvaardigt.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat uit de berichten van de Poolse autoriteiten van 2 oktober 2025, 8 oktober 2025, 26 november 2025, 14 januari 2026 en 5 maart 2026 blijkt dat in Polen een procedure aanhangig is waarin een beslissing moet worden genomen voordat het certificaat kan worden toegestuurd. Uit deze berichten kan niet worden afgeleid dat het certificaat niet zal worden verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat zich een uitzonderlijk geval als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW voordoet vanwege de bijzondere omstandigheid dat het toesturen van het certificaat in de onderhavige zaak kennelijk afhankelijk is van een nog lopende procedure in Polen.
De rechtbank heropent daarom het onderzoek voor onbepaalde tijd en verlengt de beslistermijn met 60 dagen zoals bepaald in artikel 22, vierde lid, OLW onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding voor de duur van 60 dagen om het certificaat af te wachten.

4.De weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f) OLW

Voor het oordeel van de rechtbank over de weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW verwijst de rechtbank naar haar tussenuitspraak van 25 september 2025. De rechtbank ziet ook op dit moment aanleiding nog niet op dit verweer te beslissen en verwijst naar de overwegingen onder 7 van de tussenuitspraak van 25 september 2025 die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.

5.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om het certificaat af te wachten;
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen (eindigend op
16 juni 2026), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW;
BEPAALTdat de zaak vanwege het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 16 juni 2026, uiterlijk op
2 juni 2026opnieuw op zitting moet worden gepland;
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw;
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Sanders en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 25 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7089.
4.Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10796.