De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen voor de overlevering van een persoon uit Angola, woonachtig in Nederland. De procedure kende meerdere zittingen en verlengingen vanwege vragen over de detentieomstandigheden in de Belgische gevangenis van Mechelen.
De verdediging voerde aan dat de detentieomstandigheden onmenselijk waren, onder meer vanwege overbevolking en het fenomeen van grondslapers, en dat de opgeëiste persoon mogelijk op de grond zou moeten slapen. De rechtbank onderzocht deze zorgen aan de hand van een detentiegarantie van 24 november 2025 en aanvullende antwoorden van Belgische autoriteiten, die stelden dat de opgeëiste persoon in een cel met maximaal één andere persoon en afgescheiden sanitair zou worden geplaatst.
De rechtbank concludeerde dat de individuele detentiegarantie het algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling wegneemt. De overbevolking en aanwezigheid van grondslapers in de gevangenis doen hieraan niet af. Er zijn geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. Daarom wordt de overlevering toegestaan.
De uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, en mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters, op 26 maart 2026. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.