Eiseres, een alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen, vroeg een urgentieverklaring aan voor een passende woning in Amsterdam vanwege haar huidige te kleine woning en medische klachten. Het college wees de aanvraag af op grond van drie algemene weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024: een te kleine woning is geen urgent huisvestingsprobleem (b-grond), uitbreiding van het gezin zonder passende woonruimte (c-grond), en onvoldoende binding met Amsterdam (i-grond).
Eiseres stelde dat haar woonsituatie levensontwrichtend is en een effectieve tweedelijns GGZ-behandeling belemmert, waardoor de b-grond niet van toepassing zou zijn en nader medisch onderzoek noodzakelijk was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de HVV expliciet bepaalt dat een te kleine woning geen urgentiegrond is en dat de medische klachten onvoldoende onderbouwd waren om hiervan af te wijken.
Ook de uitbreiding van het gezin na intrek in de woning en de bindingseis werden terecht aan eiseres tegengeworpen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen sprake was van een acuut levensbedreigend medisch probleem of een schrijnende situatie die prioriteit rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing op 24 april 2026.