Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Konin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak van 9 april 2026
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
In response to your letter dated 9th April 2026, our case ref.: II K 38/13, the wanted person - [opgeëiste persoon] - was advised of the consequences of changing his address on 25th June 2012, and personally signed the instructions at that time. The instructions applied to the entire criminal proceedings, including the appeal. The accused received this instructions again before the first hearing date on 25th February 2014, along with a copy of the indictment; at that time he was still under remand. The accused did not inform the Polish authorities of the change of his address. During the proceedings before the court of first instance, the accused was aware of the appeal hearing, as on 12th April 2024, he wrote a letter to the Court of Appeal in Poznań regarding his evasion of police supervision. At that time, he stated that he lived in the Netherlands and provided an address in the Netherlands, but also provided an address in Poland, different from the one stated in the indictment. He did not provide his telephone number. The second-instance judgment was not issued until October 2024, so the accused had ample time to review the case files.”
the Court of Appeal in Poznańvan 12 april 2024 geen betrekking heeft op de procedure in hoger beroep van 15 oktober 2024, maar op een verzoek tot het opheffen van het politietoezicht. De opgeëiste persoon kan dan ook geen verwijt worden gemaakt, nu uit de aanvullende informatie niet blijkt dat hij op de hoogte kon of moest zijn van de procedure in hoger beroep.
the Court of Appeal in Poznań. De opgeëiste persoon was dan ook op de hoogte van de procedure in hoger beroep.
the Court of Appeal in Poznańvan 15 oktober 2024, met kenmerk II AKa 88/21. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft echter geen antwoord gegeven op de vraag hoe het voor de opgeëiste persoon kenbaar was dat de adresinstructies golden voor de gehele procedure, terwijl dit in de tussenuitspraak van 9 april 2026 wel expliciet is gevraagd. Uit de ontvangen aanvullende informatie blijkt immers niet dat dit in de adresinstructies die de opgeëiste persoon heeft ontvangen was opgenomen dan wel op enigerlei andere wijze voor de opgeëiste persoon kenbaar was.
the Court of Appeal in Poznańeen adres in Nederland en een adres in Polen heeft opgegeven en dat het adres in Polen verschilde van het adres in het de aanklacht. Uit deze informatie blijkt echter niet of de oproeping voor de zitting in hoger beroep naar een van deze nieuwe adressen is gestuurd of naar het oude adres dat de opgeëiste persoon bij zijn verhoor op 25 juni 2012 had opgegeven. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of de opgeëiste persoon onzorgvuldigheid kan worden verweten met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.
the Regional Court in Koninalleen het opgelegde uitreisverbod was opgeheven. Deze verklaring komt overeen met de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 april 2026. Daarin is immers vermeld dat de brief van 12 april 2024 betrekking heeft op ‘
his evasion of police supervision’. Op grond van die aanvullende informatie kan niet zonder meer worden vastgesteld dat de brief van 12 april 2024 (ook) zag op het lopende hoger beroep tegen het vonnis van
the Regional Court in Koninvan 28 oktober 2021 met kenmerk II K 38/13. Die aanvullende informatie is daarom voor de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure in hoger beroep die heeft geleid tot het arrest van
the Court of Appeal in Poznańvan 15 oktober 2024.
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Konin(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.