Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4329

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
12120456 CV EXPL 26-2939
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 103 RvArt. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEGArt. 6:96 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurachterstand en ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen in huurovereenkomst

De Stichting Ymere vordert betaling van huurachterstand van een woning in Amsterdam. De huurovereenkomst is per 30 november 2023 beëindigd. De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden aan Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen.

De kernbedingen zoals huurprijs en servicekosten zijn transparant en uitgesloten van toetsing. Het huurverhogingsbeding en wijziging voorschot servicekosten worden niet oneerlijk bevonden. Echter, bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten (artikel 11 lid 1 en Pro 3) zijn oneerlijk omdat zij niet duidelijk verwijzen naar wettelijke regels, waardoor mogelijk hogere kosten worden opgelegd dan toegestaan.

Ook het proceskostenbeding is oneerlijk, maar vanwege lopende prejudiciële vragen wordt afgezien van het geheel achterwege laten van proceskostenveroordeling. De boetebepaling bij te late betaling (artikel 11 lid Pro 2) kan niet worden getoetst omdat de Tarievenlijst ontbreekt en eisende partij niet aan haar stelplicht heeft voldaan.

De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden daarom afgewezen. De huurachterstand wordt toegewezen en de gedaagde veroordeeld tot betaling van € 2.816,86 plus proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en proceskosten, terwijl buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden afgewezen wegens oneerlijke bedingen en onvoldoende stelplicht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12120456 CV EXPL 26-2939
vonnis van: 10 april 2026
fno.: 506

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting Stichting Ymere

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam
eisende partij
gemachtigde: mr. J.J.L. Boudewijn
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

1. Eisende partij vordert betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
2. Nu het gehuurde is gelegen in het arrondissement van deze rechtbank, is de kantonrechter ingevolge het bepaalde in artikel 103 Rv Pro bevoegd om van deze vordering kennis te nemen, ondanks dat de woonplaats van gedaagde buiten dit arrondissement is gelegen.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
4. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] te ( [postcode] ) te [plaats] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Huurvoorwaarden woningen d.d. januari 2011, (hierna: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht. De voorgenoemde huurovereenkomst is per 30 november 2023 beëindigd.
5. Het huurprijsbeding en het servicekostenbeding in de huurovereenkomst en het daarbij horende Overzicht maandelijkse prijs zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
6. Het betreft geliberaliseerde huur. De bedingen die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn, te weten het huurverhogingsbeding op bladzijde 2 van de huurovereenkomst en artikel 5 lid Pro 7 (wijziging voorschot servicekosten) van de algemene voorwaarden zijn door de kantonrechter getoetst en worden niet oneerlijk bevonden.
7. Ook de artikelen 11 lid 1, 11 lid 2 en 11 lid 3 van de algemene voorwaarden zijn getoetst. Deze artikelen luiden als volgt:

Artikel 11

1. Als de huurder in gebreke blijft in de nakoming van enige verplichting die ingevolge de wet en/of deze overeenkomst op hem rust en daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, komen alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de huurder.
2. Als de huurder de maandelijkse prijs niet uiterlijk op de eerste van de maand heeft voldaan, is hij in verzuim zonder dat ingebrekestelling vereist is. Ymere kan in dat geval per (deel van de) maand een boete opleggen, waarvan de hoogte vermeld staat in de Tarievenlijst (bijlage bij huurovereenkomst).
3. Buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij haar vordering op de andere partij uit handen geeft. Deze kosten bedragen 15% van de vordering met een minimum van een in de Tarievenlijst (bijlage bij de huurovereenkomst) opgenomen bedrag.
8. De Tarievenlijst, bedoeld in artikel 11 lid 2 en Pro 11 lid 3 van de algemene voorwaarden, is niet overgelegd.
9. De hiervoor geciteerde bedingen over buitengerechtelijke incassokosten (artikel 11 lid 1 en Pro 11 lid 3 van de algemene voorwaarden) zijn oneerlijk, omdat daarin niet (voldoende duidelijk) staat dat de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten) in het geval van een consument moet worden toegepast. Dit kan ertoe leiden dat hogere kosten voor rekening van de consument komen dan wettelijk is toegestaan.
10. Artikel 11 lid 1 is Pro voorts ook oneerlijk omdat het de mogelijkheid biedt om meer proceskosten in rekening te brengen dan bij wet voorzien. De kantonrechter is op grond van de wet gehouden om de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen en deze proceskosten worden vastgesteld conform het liquidatietarief. De Hoge Raad heeft op 4 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1081) de prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) gesteld, kort gezegd, of een consument met toepassing van artikel 237 Rv Pro kan worden veroordeeld in de proceskosten na vernietiging van het oneerlijke proceskostenbeding. Zolang hierover geen duidelijkheid bestaat, acht de kantonrechter het geheel achterwege laten van een proceskostenveroordeling in het geval van een huurovereenkomst niet aangewezen. De proceskosten zullen dan ook volgens het gebruikelijke liquidatietarief worden toegewezen.
11. Eisende partij had in de dagvaarding omtrent de (on)eerlijkheid van het op de vordering zijnde toepasselijke bedingen een standpunt moeten innemen. Nu eisende partij dit voorgaande niet heeft gedaan zal zij daartoe geen gelegenheid meer voor krijgen.
12. Het voorgaande betekent dat de onder r.o. 6 geciteerde bedingen over buitengerechtelijke incassokosten (artikel 11 lid 1 en Pro artikel 11 lid Pro 3) buiten toepassing worden gelaten en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
13. Ten aanzien van artikel 11 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden overweegt de kantonrechter het volgende. Op basis van dit beding kan Ymere een boete opleggen bij niet tijdige betaling van de huurprijs. Deze boete is een gefixeerde schadevergoeding vanwege niet tijdige betaling en treedt daarmee in de plaats van de wettelijke rentebepalingen. Voor de hoogte van de boete verwijst het beding naar de Tarievenlijst. Eiseres heeft de Tarievenlijst echter niet overgelegd. De kantonrechter kan het beding dan ook niet toetsen op oneerlijkheid. Door de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig aan te voeren heeft eiseres de taak van de kantonrechter, te weten ambtshalve toetsing van artikel 11 lid 2 algemene Pro voorwaarden onmogelijk gemaakt. Eiseres heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht, zodat de vordering tot betaling van wettelijke rente om die reden wordt afgewezen.
De vordering
14. De vordering komt voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:
€ 2.816,86 ter zake van achterstallige huur met betrekking tot de woning gelegen
aan het adres [adres] te ( [postcode] ) te [plaats] , berekend tot en met
het einde van de huurovereenkomst (30 november 2023);
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 253,00 aan salaris gemachtigde, € 529,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.