Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court for Prague 1,Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court for Prague 1van 29 april 2024 met kenmerk č.j.44 T 32/2024-148.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the District Court for Prague 1van 23 januari 2025 met kenmerk 44 T 32/2024 178, die in hoger beroep onherroepelijk is geworden met de beslissing van
the Municipal Court in Praguevan 9 oktober 2025 met kenmerk 8 T 101/2025, is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
the District Court for Prague 3van 20 september 2024 met kenmerk 25 T 64/2024, en in het vonnis van
the District Court for Prague 6van 30 oktober 2024 met kenmerk 3 T 106/2024.
the District Court for Prague 1van 29 april 2024. Uit de aanvullende informatie van 13 april 2026 blijkt weliswaar dat het vonnis op 17 mei 2024 persoonlijk aan de opgeëiste persoon is overhandigd en dat hij ook voor ontvangst heeft getekend. Echter, uit de bijgevoegde “
delivery slip”blijkt volgens de raadsman dat de betekende brief betrekking heeft op een proces-verbaal van verhoor van 6 februari 2024 en niet het op het vonnis van 29 april 2024. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat (nogmaals) aanvullende vragen dienen te worden gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
triggerendeveroordelingen met de kenmerken 25 T 64/2024 en 3 T 106/2024 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is, maar dat hiervan kan worden afgezien. De opgeëiste persoon heeft een adres opgegeven en de Tsjechische autoriteiten hebben de beslissingen per post naar het door de opgeëiste persoon verstrekte adres verzonden. Bovendien is de opgeëiste persoon erop gewezen dat op hem de wettelijke verplichting rustte om de Tsjechische autoriteiten op de hoogte te brengen van iedere adreswijziging alsmede op de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichting.
criminal order” (hierna: strafbeschikking) is opgelegd met kenmerk č.j.44 T 32/2024-148 zonder dat een openbare zitting heeft plaatsgevonden. Volgens punt 3.3 in het EAB is deze strafbeschikking op 17 mei 2024 aan de opgeëiste persoon betekend en is hij daarbij uitdrukkelijk geïnformeerd over zijn recht op een verzetsprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, en dat tijdens die procedure de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten dat kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing. Voorts is vermeld dat de opgeëiste persoon geen hoger beroep of verzet heeft ingesteld binnen de daartoe gestelde termijn. In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 april 2026 wordt vermeld dat de opgeëiste persoon “
personally received the Criminal order of the District Court for Prague 1 on 17 May 2024, which he confirmed by his handwritten signature.”Gelet op voormelde informatie, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de situatie als bedoeld in artikel 12, sub c, OLW van toepassing is.
triggerendeveroordelingen moeten op grond van voormeld arrest van het HvJ EU wel worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro.
triggerendeveroordelingen. Bij e-mail van 27 maart 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit hierover aanvullende informatie verstrekt. Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen op de processen die tot de veroordelingen hebben geleid, aangezien dergelijke zittingen niet hebben plaatsgevonden. In beide procedures is aan de opgeëiste persoon een strafbeschikking opgelegd, die allebei op 6 november 2024 aan hem zijn betekend. In de aanvullende informatie van 2 april 2026 is verder vermeld dat beide strafbeschikkingen aan de opgeëiste persoon zijn afgeleverd op het adres dat hij had opgegeven tijdens de voorbereidende procedures. Voorts is vermeld dat elke strafbeschikking standaard informatie bevat over de mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden, inclusief de mogelijkheid van hoger beroep (verzet) en de manier waarop dat rechtsmiddel kan worden ingezet. De opgeëiste persoon heeft geen hoger beroep ingesteld.
the pre-trial proceedings” een adres heeft verstrekt en dat de strafbeschikkingen op dat adres zijn afgeleverd. Tijdens de voorbereidende procedure is de opgeëiste persoon erop gewezen dat op hem de wettelijke verplichting rustte om de justitiële autoriteiten op de hoogte te brengen van iedere adreswijziging en op de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichting. De opgeëiste persoon was dus op de hoogte van de verdenkingen en heeft er rekening mee moeten houden dat een strafrechtelijke procedure zou kunnen volgen. In het licht van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten, ofwel in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest door – ondanks de aan hem gegeven adresinstructie – niet bereikbaar te zijn voor de Tsjechische autoriteiten.
5.Strafbaarheid
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the District Court for Prague 1,Tsjechië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.