Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder
Procesverloop
Feiten en omstandigheden en het bestreden besluit
- Belaging (artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht) met pleegperiodes 20 mei 2020 tot en met 1 oktober 2020 en 18 mei 2020 tot en met 10 juni 2020;
- Bedreiging (artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht) met pleegperiode 21 mei 2020 tot en met 10 juni 2020; en
- Het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing (artikel 184a van het Wetboek van Strafrecht) met pleegperiode 12 juli 2020 tot en met 5 oktober 2020
Het juridisch kader
Standpunt van verweerder
Standpunt van eiser
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.