ECLI:NL:RVS:2014:1739
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar voor vertrouwensfunctie wegens mishandeling
Appellant had sinds 29 juni 2004 een verklaring van geen bezwaar voor het vervullen van een vertrouwensfunctie als cargomedewerker op luchthaven Schiphol. De minister heeft deze verklaring op 18 februari 2013 ingetrokken na een hernieuwd veiligheidsonderzoek, waarbij strafbare feiten van mishandeling in 2005 en 2010 aan appellant werden toegerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant voerde aan dat eenvoudige mishandeling niet expliciet in de beleidsregel genoemd wordt en dat de opgelegde straffen niet als zwaar moeten worden beschouwd, mede omdat het om incidenten in de privésfeer ging.
De Raad van State oordeelt dat de strafbare feiten binnen de relevante termijn van acht jaar vallen en dat eenvoudige mishandeling onder de beleidsregel kan worden begrepen als een risico voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. De minister heeft gemotiveerd dat het gedrag van appellant blijk geeft van een gebrek aan zelfbeheersing en respect voor veiligheid, wat onverenigbaar is met de verantwoordelijkheden van de vertrouwensfunctie.
Het feit dat appellant zijn werk zonder incidenten heeft verricht, weegt volgens de Raad niet zwaarder dan het belang van de nationale veiligheid. De opgelegde straffen worden als zwaar aangemerkt volgens het beleid, ongeacht het voorwaardelijke karakter. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van geen bezwaar blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar blijft in stand wegens onvoldoende waarborgen voor de veiligheid.