Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4873

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
13/044392-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 27 OverleveringswetArt. 29 OverleveringswetArt. 22 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon, geboren in 1995 in Marokko en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was gedetineerd in een penitentiaire inrichting.

Tijdens de zittingen op 16 april en 6 mei 2026 werd het EAB besproken. De rechtbank wees een gevorderde gevangenhouding af omdat de opgeëiste persoon niet in verzekering of bewaring was gesteld en de officier van justitie deze niet tijdig had gevorderd. Een verzoek tot heropening van het onderzoek om deze fout te herstellen werd afgewezen omdat het slechts een herstel van een procedurefout betrof zonder nieuwe feiten.

Op 12 mei 2026 ontving de rechtbank een bericht van het Internationaal Rechtshulpcentrum dat het EAB was ingetrokken en dus niet meer geldig was. De rechtbank stelde de raadsman in de gelegenheid hierop te reageren, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Op 13 mei 2026 werd het onderzoek gesloten en uitspraak gedaan.

De rechtbank oordeelde dat de grondslag voor de vordering tot in behandeling nemen van het EAB was komen te vervallen en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken en niet meer geldig is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-044392-26
Datum uitspraak: 13 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 24 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 februari 2026 door de Openbare Aanklager bij de Rechtbank van Duinkerken, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Marokko),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 16 april 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. I. Azarkan, advocaat in Roosendaal.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot de zitting van 6 mei 2026, omdat er vanwege uitloop van de zitting geen tolk in de Arabische taal (Marokkaans) meer beschikbaar was.
Zitting van 6 mei 2026 (11.30 uur)
Op deze zitting is de behandeling van het EAB – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. I. Azarkan, en door een tolk in de Arabische taal (Marokkaans).
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan.
De officier van justitie heeft voorts de gevangenhouding van de opgeëiste persoon gevorderd. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen, omdat de opgeëiste persoon niet in verzekering of bewaring is gesteld. [2] Over de gevangenneming van de opgeëiste persoon kan de rechtbank niet ambtshalve beslissen, maar is een vordering van de officier van justitie noodzakelijk. [3] De officier van justitie heeft de gevangenneming van de opgeëiste persoon niet gevorderd voor sluiting van de zitting. [4]
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [5]
Verzoek om heropening
Na sluiting van het onderzoek heeft het Openbaar Ministerie (OM) de rechtbank verzocht om heropening van het onderzoek, teneinde de officier van justitie alsnog in de gelegenheid te stellen ter zitting de gevangenneming van de opgeëiste persoon te vorderen.
De rechtbank heeft het verzoek tot heropening mondeling behandeld op 6 mei 2026, in aanwezigheid van de officier van justitie mr. A.L. Wagenaar. De opgeëiste persoon was aanwezig via een videoverbinding en werd (telefonisch) bijgestaan door zijn raadsman,
mr. I. Azarkan, en door een tolk in de Arabische taal (Marokkaans).
De officier van justitie heeft toegelicht dat tijdens de ochtendzitting per abuis de gevangenhouding in plaats van de gevangenneming is gevorderd. De officier van justitie heeft verzocht het onderzoek te heropenen, zodat deze fout kan worden hersteld. In dat verband heeft de officier van justitie onder meer gewezen op de ernst van de feiten waarvoor de opgeëiste persoon wordt gezocht en de verplichting van de Nederlandse staat om tot tenuitvoerlegging van het EAB over te gaan.
De raadsman heeft zich hiertegen verzet. Volgens hem leent het instrument van heropening van het onderzoek zich alleen voor gevallen waarin het onderzoek onvolledig is geweest en niet om een fout van het OM, zoals hier aan de orde, te herstellen.
De rechtbank heeft het verzoek tot heropening van het onderzoek afgewezen, omdat het verzoek van het OM er uitsluitend toe strekt een door het OM gemaakte vergissing te herstellen en geen sprake is van nieuwe (inhoudelijke) feiten of omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitkomst van de overleveringsprocedure.
Heropening van het onderzoek
De rechtbank heeft het onderzoek op 12 mei 2026 heropend vanwege een mailbericht van die datum van het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank heeft vervolgens de raadsman van de opgeëiste persoon in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld bericht van het IRC. De raadsman heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Zitting van 13 mei 2026
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op de zitting van 13 mei 2026 en aansluitend uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Op de zitting van 6 mei 2026 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij mailbericht van 12 mei 2026 onder meer het volgende meegedeeld:
“The new European arrest warrant supersedes the previous one, which is therefore no longer valid. (…)”
Hieruit blijkt dat het EAB niet meer geldig is, waardoor de grondslag aan de vordering ex artikel 23, tweede lid, OLW is komen te ontvallen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 27, tweede lid, OLW.
3.Zie artikel 27, eerste lid, OLW.
4.Zie ook rb Amsterdam, 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3194.
5.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.