Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Szczecin, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
decision of the Szczecin-Prawobrzeźe i Zachód (Right Bank and West) District Court in Szczecin, 6th Penal Division,van 10 december 2024, met referentie: VI Kp 1299/24.
4.Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- de locatie van de slachtoffers;
- de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen;
- en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat.
6.Artikel 11 OLW Pro
remand regime.
remand regimein Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het
remand regimeslechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die structureel drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar tussenuitspraken in soortgelijke zaken van 5 juni 2024 [9] en 6 juni 2024. [10]
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat die grondrechten worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
the Deputy Head of the Remand Centre in Szczecinde volgende, voor zover hier relevante, informatie verstrekt:
Public Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Officete
Szczecinde volgende, voor zover hier relevante, informatie verstrekt:
Deputy Director of the Remand Centre in Szczecin,de volgende, voor zover hier relevante, informatie verstrekt:
Public Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Officete Szczecin, de volgende, voor zover hier relevante, informatie verstrekt:
walk 1 hour every day,
common room activities: 1 hour once a week,
visits of one’s family and closes friends: 1 hour a week which will be granted to [de opgeëiste persoon] by the public prosecutor.
Meetings of educational character: 1 hour each time – on the average 1-3 times in a month, that is on the average 1,5 hour in a month,
Use of the Public Information Bulletin messenger – the access to the websites of the Public Information Bulletin: 20 minutes once a week,
Religious services:
Public Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Officete Szcezin, voor zover hier relevant, de volgende informatie verstrekt:
Public Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Officete Szczecin is gevoegd een bericht van 27 april 2026 van de
Deputy Director of the Remand Centre in Szczecin,voor zover hier relevant, het volgende inhoudende:
allestromingen deelneemt, ligt niet voor de hand en kan bovendien niet worden verwacht. Als de religieuze activiteiten buiten beschouwing worden gelaten, wordt lang niet voldaan aan een verblijf van gemiddeld zo’n twee uur per dag buiten de cel. Daar komt bij dat in de aanvullende informatie herhaaldelijk wordt aangegeven dat niet kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon dagelijks twee uur buiten zijn cel kan verblijven. In de aanvullende informatie van 31 maart 2026 staat zelfs dat de
“Remand Centre Szczecin is in no way able to precisely specify the maximum period of time that an inmate may spend outside the living cell”.Voorts leidt de rechtbank uit het bericht van 14 april 2026 van de Deputy Director of the Remand Centre in Szczecin af dat de mogelijkheid om deel te nemen aan een deel van de activiteiten afhankelijk is van omstandigheden die buiten de invloedsfeer van de opgeëiste persoon liggen (waar beschikbaarheid afhankelijk is van het aantal deelnemers) of door hem moeten worden verdiend (waar toestemming om deel te nemen aan activiteiten af hangt van de houding van de opgeëiste persoon). Concluderend kan de rechtbank op basis van alle informatie die is verstrekt niet vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven.
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op de eerst mogelijke zittingsdag
in de periode van 24 juni 2026 tot en met 4 juli 2026.