Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
- het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat op € 1.136.459,20 en
- het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van ditzelfde bedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel.
3.Grondslag van de vordering
1 (subsidiair). medeplichtigheid aan/tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;
2 (subsidiair). eenvoudig witwassen.
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
5.De verplichting tot betaling
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van € 154.000,- (honderdvierenvijftigduizend euro) aan de Staat.