Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties;
- het instructievonnis van 2 september 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
mr. E.J. Huizinga en de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand (nadere) stukken in het geding gebracht en BPL heeft ter zitting een recente specificatie van de huurachterstand overgelegd. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de zitting gesloten en is de zaak in overleg met partijen verwezen naar de rol voor akte uitlaten aan de zijde van BPL.
2.De feiten
[straat] [nummer 1] te [plaats] en van de twee bijbehorende parkeerplaatsen (nr. [nummer 2] en [nummer 3] ). MVGM Vastgoedmanagement is beheerder.
“Artikel 4 Onze Pro regels voor uw maandelijkse betalingsplicht(..)4.2. U verrekent uw betalingen niet met bedragen die u eventueel van ons tegoed heeft. U kunt zich ook niet beroepen op opschortingsrechten en/of korting. Verrekening mag wel als wij in verzuim zijn bij het verhelpen van een gebrek en u redelijke kosten heeft gemaakt om het gebrek zelf te herstellen (..).”(..)Artikel 15 Wat Pro gebeurt er als u of wij onze verplichtingen niet nakomen?
e-mailbericht van 14 september 2021 heeft de beheerder onder meer aan [gedaagden] bericht:
€ 185,- naar € 445,-.
“Afleverset vervangen. De meter liep door doordat de thermostaatkraan kapot was, hierdoor registreerde hij constant 50l/h aan verbruik.”
€ 323.442,56, waardoor in totaal slechts € 86.355,35 aan verwarmingskosten voor het complex in rekening is gebracht. De in rekening gebrachte eenheidsprijs is daardoor in 2023 ongebruikelijk laag.
3.Het geschil
- herstel van de gebreken in de woning bestaande uit de defecte thermostaat/meetunit van de warmte unit, gebarsten badkamertegels, vochtplekken op muren en loslatend stucwerk;
- het zorgen voor een deugdelijke afrekening van de stookkosten over de periode vanaf 2015;
- terugbetaling van het te veel betaalde bedrag aan stookkosten over de jaren waarin het defect aanwezig was;
- betaling van de proceskosten.
60 á 70 GJ, dat niet realistisch is voor een huishouden van twee volwassenen met een kind. [gedaagden] wil dan ook dat BPL alle afrekeningen vanaf 2010 bij Techem opvraagt. Door het defect aan de installatie, het uitblijven van onderhoud en de ondeugdelijke meetmethode is over meerdere jaren een fors warmwaterverbruik in rekening gebracht, terwijl hiervan feitelijk geen sprake was.
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie:
(10 GJ) in rekening te brengen.
€ 6.032,30. Daarvan is aannemelijk dat, zoals hiervoor overwogen, € 1.532,42 te veel in rekening is gebracht. De jaarrekening had dan ook (€ 6.032,30 - € 1.532,42 =) € 4.499,88 moeten bedragen. Een maandelijks servicekostenvoorschot gebaseerd op dit bedrag (gedeeld door 12 = € 375,-), verhoogd met kostenstijgingen na 2022, te weten € 400,-, komt dan redelijk voor. Dat betekent dat BPL in haar berekening van de huurachterstand inclusief voorschot servicekosten vanaf januari 2024 tot en met april 2026 € 130,- per maand teveel aan voorschot in rekening heeft gebracht. De toewijsbare huur- en servicekostenachterstand wordt dan ook vastgesteld op € 17.291,16 – (28 maanden x € 130,- = € 3.640,-) =
€ 13.651,16.