Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Sąd Okręgowy w Koninie (Regional Court in Konin), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Regional Court in Koninvan 2 maart 2021, met kenmerk II K 1/16.
the Court of Appeals in Poznańvan 3 november 2023, met kenmerk II AKa 277/21.
[t]he prosecuted person was detained from 3 June 2014 to 21 November 2014 and this period was counted towards the sentence’.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU)
C.J. [7] In dat arrest heeft het HvJ EU zich uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank eerder heeft overwogen [8] volgt uit dat arrest - samengevat - dat voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen, daarvoor toestemming van de beslissingsstaat vereist is. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.
C.J.van het HvJ EU de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest van
the Court of Appeals in Poznańvan 3 november 2023 (met kenmerk II AKa 277/21) op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Polen in dat arrest opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW.
C.J.van het HvJ EU nog steeds als een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW en daarom verlengt zij de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
8.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het certificaat en het onderliggende arrest op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
eindigend op 27 augustus 2026), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
13 augustus 2026opnieuw op zitting wordt gepland.