Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de akte van Gemeente Amsterdam, met producties.
Rechtbank Amsterdam
De Gemeente Amsterdam vordert betaling van een erfpachtcanon van gedaagden die niet zijn verschenen. De rechtbank stelt vast dat ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden bij erfpachtovereenkomsten gesloten na 31 december 1994 verplicht is, conform de richtlijn 93/13/EG en recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
De canon zelf is duidelijk en begrijpelijk en wordt niet betwist. De wijzigingsbeding is niet aan de orde omdat de canon niet is gewijzigd. De algemene voorwaarden bevatten echter meerdere bedingen die cumulatief leiden tot een onevenredig hoge schadevergoeding, zoals een hoge vertragingsrente, een boete tot tienmaal de canon en een aanvullende dagboete van 3% van de canon.
Daarnaast is het beding dat alle invorderingskosten, inclusief proceskosten, voor rekening van de erfpachter komen, onredelijk en strijdig met dwingend recht en jurisprudentie van de Hoge Raad. Daarom worden deze bedingen buiten toepassing gelaten en afgewezen.
De rechtbank veroordeelt gedaagden tot betaling van de hoofdsom minus reeds betaalde bedragen, verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af, waaronder de rente, kosten en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van €215,04, rente, kosten en proceskosten worden afgewezen wegens oneerlijke bedingen.