Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5660

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
13-069763-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 179 SrArt. 266 SrArt. 267 SrArt. 285 SrArt. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks omzetting vrijheidsbeperkende straf

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een Poolse verdachte zonder vaste verblijfplaats in Nederland. Na een tussenuitspraak en aanvullende vragen aan de uitvaardigende autoriteit over de omzetting van een vrijheidsbeperkende straf in een gevangenisstraf, werd vastgesteld dat de Poolse rechter geen beoordelingsruimte had bij deze omzetting en dat de wettelijke conversieregel werd toegepast.

De rechtbank concludeerde dat deze omzetting niet onder de weigeringsgrond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet valt, omdat de vrijheidsbenemende straf geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke veroordeling. Er waren geen andere weigeringsgronden en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen.

Daarom werd de overlevering toegestaan. De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De zaak illustreert de toepassing van Europese en nationale regels bij internationale strafrechtelijke samenwerking en de toetsing van omzettingen van straffen binnen het kader van de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte naar Polen toe ondanks omzetting van vrijheidsbeperking in gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-069763-26
Datum uitspraak: 4 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 10 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 februari 2025 door
the Circuit Court in Poznań 3rd Criminal Division (Sąd Okręgowy w Poznaniu, Wydział III Karny), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
feitelijk verblijfadres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De zitting van 30 april 2026
Op deze zitting is de behandeling van het EAB aangevangen, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De tussenuitspraak van 12 mei 2026 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW Pro.
De zitting van 28 mei 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 12 mei 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro met betrekking tot het vonnis van
the District Court in Chodzieżvan 15 oktober 2020, met kenmerk II K 509/19 en deels over de beslissing van
the District Court in Wągrowiecvan 2 maart 2022, met kenmerk II Ko 1730/21 (paragraaf 3.1), de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW (paragraaf 5) en artikel 11 OLW Pro met betrekking tot de Poolse rechtsstaat (paragraaf 6). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

4.1
Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 3.1 van de tussenuitspraak. De overwegingen in deze paragraaf worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.
4.2
De beslissing vanthe District Court in Wągrowiecvan 2 maart 2022, met kenmerk II Ko 1730/21
Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 14 mei 2026 de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
“1. Could you please indicate whether, in converting the penalty of restriction of liberty of 425 days into a substitutive custodial sentence of 212 days, in the present case, use was made of the (legally required) conversion rule, pursuant to which two days of the penalty of restriction of liberty is equivalent to one day of substitutive custodial sentence (and therefore, the Polish court had no discretion with regard to the duration of the substitutive custodial sentence)?
2. Could you please indicate whether, in general, when converting a penalty of restriction of liberty into a custodial sentence pursuant to Article 65 (1) of the Executive Penal Code, the conversion rule must be applied, whereby two days of the penalty of restriction of liberty are equivalent to one day of substitutive custodial sentence?”
De
Regional Court in Poznańheeft op 20 mei 2026 per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“The Regional Court in Poznan, 3rd Criminal Division, hereby informs that, in accordance with Article 65 § 1 of the Code of Criminal Procedure, one day of a substitute custodial sentence corresponds to two days of a sentence of restriction of liberty. In converting the remaining period of the restriction of liberty imposed on [de opgeëiste persoon] into a substitute sentence of 212 days’ imprisonment, this conversion rate was applied, and the court had no discretion regarding the length of the substitute sentence to the extent that it deemed the restriction of liberty to be unexecuted (i.e. 425 days).”
Uit de aanvullende informatie van 20 mei 2026 – in samenhang gelezen met de vraagstelling van het IRC – begrijpt de rechtbank dat krachtens artikel 65 § 1 van het Poolse Wetboek van Strafvordering twee dagen vrijheidsbeperkende straf gelijkstaat aan één dag (vervangende) gevangenisstraf en dat deze omrekensleutel ook in de onderhavige zaak is toegepast. Verder blijkt uit de aanvullende informatie dat de Poolse rechter geen beoordelingsruimte had bij het bepalen van de duur van de vervangende gevangenisstraf. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank al vastgesteld dat de Poolse rechter geen beoordelingsruimte had bij de omzetting van de vrijheidsbeperkende straf in een vrijheidsbenemende straf. De rechtbank is daarom van oordeel dat de beslissing van 2 maart 2022 met kenmerk II Ko 1730/21 niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro valt. Daarmee staat artikel 12 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is er geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 179, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Poznań 3rd Criminal Division (Sąd Okręgowy w Poznaniu, Wydział III Karny), Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. W.A.J.P. van den Reek, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 12 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4658.