ECLI:NL:RBAMS:2026:5709
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verlenging afkoelingsperiode in WHOA-procedure met afwijzing verzoek tot terugvordering bruikleengoederen
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van [schuldenaar] B.V. tot verlenging van de afkoelingsperiode in de WHOA-procedure. De afkoelingsperiode was eerder afgekondigd op 11 februari 2026 voor twee maanden. [schuldenaar] verzocht om verlenging met vier maanden, welke aanvankelijk niet tijdig door een advocaat was ingediend, maar na herstel alsnog ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat belangrijke vooruitgang was geboekt in het akkoordtraject, met een concreet conceptakkoord en een toezegging om binnen twee maanden een akkoord aan schuldeisers aan te bieden. De belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden door de verlenging gediend, aangezien een akkoord een betere uitkomst biedt dan faillissement. De lopende verplichtingen worden nagekomen en de schuldenlast is niet toegenomen.
Het verzoek van [leverancier 1] om [schuldenaar] te verbieden bruikleengoederen te gebruiken en deze terug te vorderen werd afgewezen. De rechtbank stelde dat [schuldenaar] bevoegd is de goederen te gebruiken binnen de normale voortzetting van haar onderneming en dat de belangen van [leverancier 1] voldoende zijn gewaarborgd door het conceptakkoord dat volledige betaling van de claimwaarde garandeert.
De rechtbank draagt de observator op uiterlijk 31 juli 2026 verslag uit te brengen over de voortgang van het akkoordtraject. De beschikking werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters op 8 juni 2026.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging afkoelingsperiode toegewezen, verzoek tot terugvordering bruikleengoederen afgewezen.