Uitspraak
2.
[verzoeker 2],
3.
[verzoeker 3],
1.FORTENOVA GROUP B.V.,
2.
FORTENOVA GROUP MIDCO B.V.,
3.
FORTENOVA GROUP HOLDCO B.V.,
verwerende partijen,
4.FORTENOVA STAK STICHTING,
1.De procedure
2.De feiten
de bevriezing van tegoeden in de zin van deze bepaling absoluut en onvoorwaardelijk belet dat personen op wie een beperkende maatregel van toepassing is hun aan de certificaten van aandelen verbonden rechten uitoefenen om deel te nemen aan vergaderingen van houders van dergelijke certificaten en hun stemrecht uit te oefenen.”
Van disproportionele schade aan de zijde van SBK c.s. is dan ook niet gebleken. Zo SBK c.s. al schade zou lijden door de verkoop (tegen een te lage waarde) van MidCo, dan staan haar ook na de verkoop nog juridische mogelijkheden ter beschikking (een schadevergoedingsvordering). Al met al weegt het belang van SBK c.s. bij het behoud van (indirect) de aandelen in MidCo, niet op tegen het aanzienlijke belang van Fortenova bij continuïteit van de onderneming.” In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam dit vonnis bekrachtigd. [7]
“noodzakelijk” was, en dat “
onvoldoende is gebleken van disproportionele schade aan de zijde van SBK c.s.” bij uitvoering van de Midco Sale. [8] Ook deze uitspraak is bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam. [9]
3.Het verzoek en het verweer
de bijlagebij deze beschikking genoemde waarborgen verstrekken en Fortenova c.s. op verbeurte van een dwangsom te verbieden de Fusie te effectueren totdat de opheffing van het verzet uitvoerbaar is, met veroordeling van Fortenova c.s. in de proceskosten. Aan haar verzoek heeft SBK c.s. het volgende ten grondslag gelegd.
4.De beoordeling
vermogenstoestandin de zin van artikel 2:316 lid 2 BW Pro wordt bedoeld de
financiële toestandvan de bij de fusie betrokken vennootschappen. Zij wijst erop dat het bewuste artikellid in 2011 naar aanleiding van de implementatie van gewijzigde Europese regelgeving voor verslaggevings- en documentatieverplichtingen bij fusies en splitsingen is gewijzigd. [13] Uit de Memorie van Toelichting volgt dat deze wijziging op grond van het volgende artikel uit de Richtlijn 2009/109/EG is doorgevoerd:
2. Daartoe bepalen de wetgevingen van de lidstaten ten minste dat deze schuldeisers recht hebben op passende waarborgen wanneerde financiële toestand[onderstreping rechtbank]
van de vennootschappen die de fusie aangaan, deze bescherming nodig maakt en deze schuldeisers niet reeds over dergelijke waarborgen beschikken.
feitelijk onmogelijktot verhaal ter voldoening van zijn vordering kan overgaan. In een dergelijk geval zal de effectieve werking van de door Europese wetgever beoogde bescherming van crediteuren van de bij de fusie betrokken vennootschappen (zie citaat onder 4.12) kunnen meebrengen dat de betrokken vennootschappen alsnog passende waarbogen moeten verschaffen. De rechtbank begrijpt dat dit ook de uitleg is die SBK c.s. met zoveel woorden aan artikel 2:316 lid 2 BW Pro geeft.