ECLI:NL:RBAMS:2026:60
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursprocedure
Verzoeker heeft een procedure gevoerd tegen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van zijn bezwaren. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de bezwaren niet tijdig waren beslist en verweerder opgedragen alsnog te beslissen. Later bleek dat de beslissing op de bezwaren reeds was genomen voordat de rechtbank dit constateerde.
Verzoeker stelde vervolgens een verzoek om immateriële schadevergoeding in wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat een grondslag voor schadevergoeding op grond van artikel 6 EVRM Pro pas ontstaat indien er een uitspraak is op een beroep tegen een beslissing op bezwaar die niet binnen een redelijke termijn is gedaan. Omdat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op de bezwaren, bestaat geen recht op schadevergoeding.
Verzoeker voerde aan dat de rechtbank al uitspraak had gedaan op het beroep niet tijdig beslissen, maar dit betreft geen uitspraak op een beroep tegen de beslissing op bezwaar. Ook een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding voor het instellen van beroep kan dit niet veranderen. De rechtbank erkent de frustratie van verzoeker over de late behandeling, maar wijst het verzoek af.
Daarnaast wees de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat ook hiervoor geen uitspraak in de hoofdzaak is geweest. De rechtbank wijst de verzoeken om schadevergoeding derhalve af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af omdat geen beroep is ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.