Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Prosecutor's Office of the Appeal Court of
1.Procesgang
2.Heropening van het onderzoek voor het stellen van prejudiciële vragen
PbEG2002, L 190/1, zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ,
PbEU2009, L 81/24.
the Prosecutor's Office of the Appeal Court of Thessaloniki(Griekenland) en strekt tot overlevering ter fine van:
1) Domestic bodily harm (with deliberate infliction of severe physical pain and subsequent serious physical harm) committed persistently and 2) Bodily injury (with deliberate infliction of severe physical pain)”.
Arrest Warrant no. 15/29-05-2018 issued by the Examining Magistrate of the First Instance Court of Katerini, as filled out by the Order no. 192/22-10-2018 of the Examining Magistrate and kept in force under the decree no. 26/2019 of the Misdemeanours Council of Katerini”.
Wertergen)), met dien verstande dat in onderhavige zaak het EAB
ooktot tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen strekt.
Wertergen(zaak C-722/25) – afgezien van de omstandigheid dat het onderhavige EAB, anders dan in de zaak
Wertergen, ook strekt tot de tenuitvoerlegging van straffen – zal de rechtbank ter onderbouwing van de prejudiciële vraag volstaan met een herhaling van de overwegingen 2.3.1-2.3.14 van de verwijzingsbeslissing in die zaak. [2]
Svishtov Regional Prosecutor’s Officeheeft het Hof van Justitie – nadat het zijn eerdere rechtspraak had uiteengezet over de twee niveaus van bescherming van rechten die de opgeëiste persoon tegen wie een EAB met het oog op vervolging is uitgevaardigd, moet genieten – het volgende overwogen:
Svishtov Regional Prosecutor’s Officeop een andere situatie ziet dan aan de orde is in de onderhavige zaak, is op zichzelf juist. In de zaak die ten grondslag ligt aan dat arrest had een openbaar aanklager zowel het nationale aanhoudingsbevel als het EAB uitgevaardigd. In de onderhavige zaak heeft een openbaar aanklager het EAB uitgevaardigd, maar heeft een rechter het nationale aanhoudingbevel uitgevaardigd.
OG en PI (Openbaar ministerie van Lübeck en van Zwickau). Bij de uiteenzetting van die eerdere rechtspraak – in de punten 43-47 van het arrest
Svishtov Regional Prosecutor’s Office– verwijst het Hof van Justitie steeds naar
OG en PI (Openbaar ministerie van Lübeck en van Zwickau). Evenals in het onderhavige geval, had in die zaak een openbaar aanklager het EAB uitgevaardigd, maar had een rechter het nationale aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Het komt de rechtbank daarom onwaarschijnlijk voor dat het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming zoals geformuleerd in punt 48 het arrest
Svishtov Regional Prosecutor’s Officeniet zou gelden in een geval zoals het onderhavige.
examining magistrate(een onderzoeksrechter), maar dat het EAB zelf is uitgevaardigd door een
prosecutor(een officier van justitie). Dit doet de vraag rijzen of ten aanzien van het uitvaardigen van het EAB sprake is geweest van voldoende effectieve rechterlijke bescherming.
.De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vervolgens via Eurojust op 31 oktober 2022 als volgt geantwoord:
“dat een persoon tegen wie met het oog op strafvervolging een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, vóór zijn overlevering aan de uitvaardigende lidstaat een effectieve rechterlijke bescherming moet kunnen genieten op ten minste één van de twee in die rechtspraak vereiste beschermingsniveaus”. Aan deze voorwaarde is in het onderhavige geval voldaan. Het NAB is immers uitgevaardigd door een (onderzoeks)rechter.
“het voorwerp kunnen uitmaken van een beroep in rechte dat volledig voldoet aan de vereisten die voortvloeien uit een effectieve rechterlijke bescherming”.
nationalerechterlijke beslissing al is voldaan aan het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming, indien het nationale aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door een rechter.
Svishtov Regional Prosecutor’s Officeheeft het Hof van Justitie overwogen dat de arresten
Parquet général du Grand-Duché de Luxembourg en Openbaar Ministerie (Openbaar aanklagers Lyon en Tours) [5] en
Openbaar Ministerie (Openbaar ministerie van Zweden) [6] niet afdoen aan zijn overweging dat een effectieve rechterlijke bescherming veronderstelt dat hetzij het EAB, hetzij de rechterlijke beslissing waarop dat bevel is gebaseerd, kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing, voordat het bevel ten uitvoer wordt gelegd. [7] Daartoe heeft het Hof van Justitie er niet alleen op gewezen dat in die arresten sprake was van het bestaan van bepalingen die de tussenkomst van een rechter garanderen vóór de overlevering, [8] maar ook dat het Hof van Justitie in die arresten rekening heeft gehouden “met het feit dat de voorwaarden voor uitvaardiging van een [EAB] door het openbaar ministerie vóór de overlevering van de gezochte persoon door de rechter konden worden getoetst, aangezien het [EAB] in de nationale wettelijke regelingen die in die zaken aan de orde waren, berustte op een nationaal aanhoudingsbevel dat was uitgevaardigd door een rechter,
die bovendien de noodzakelijke voorwaarden en met name de evenredigheid voor de uitvaardiging van een [EAB] beoordeelde” (cursivering toegevoegd). [9]
nadatde opgeëiste persoon aan die lidstaat is overgeleverd, zoals bedoeld in het arrest
MM, [10] voldoet aan het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming zoals geformuleerd in
Svishtov Regional Prosecutor’s Office.
Svishtov Regional Prosecutor’s Officeheeft het Hof van Justitie overwogen dat, anders dan in de zaken die ten grondslag liggen aan de arresten
Parquet général du Grand-Duché de Luxembourg en Openbaar Ministerie (Openbaar aanklagers Lyon en Tours)en
Openbaar Ministerie (Openbaar ministerie van Zweden):
nade overlevering de rechtmatigheid van de beslissing van de openbaar aanklager om een EAB uit te vaardigen rechterlijk te laten toetsen niet meebrengt dat aan het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming is voldaan”.
het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door een openbaar aanklager – die kan worden aangemerkt als “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6, eerste lid, van dat kaderbesluit maar –, wiens beslissing tot uitvaardiging van dat Europees aanhoudingsbevel niet vatbaar is voor rechterlijke toetsing in de uitvaardigende lidstaat vóór de overlevering van de gezochte persoon, terwijl
dat Europees aanhoudingsbevel – voor zover het ziet op strafvervolging –berust op een nationaal aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd door een rechter die bij de uitvaardiging van dat bevel niet de voorwaarden voor uitvaardiging van een EAB en met name de evenredigheid daarvan heeft getoetst en wiens beslissing niet vatbaar is voor een dergelijke rechterlijke toetsing in de uitvaardigende lidstaat vóór de overlevering van de gezochte persoon?
3.Verzoek toepassing spoedprocedure
4.Slotsom
5.Beslissing
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie.