ECLI:NL:RBAMS:2026:6516

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
10297638 CV EXPL 23-1216
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 c Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 lid 1 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 3:94 lid 1 BWArt. 3:84 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagiers krijgen compensatie voor geannuleerde vlucht wegens onvoldoende onderbouwde capaciteitsreductie

De passagiers hadden een vlucht geboekt die werd geannuleerd vanwege vermeende capaciteitsreductie en ongunstige weersomstandigheden. Een deel van de passagiers vroeg restitutie van de ticketprijs, anderen werden omgeboekt met een vertraging van meer dan drie uur. De vervoerder weigerde compensatie te betalen en beriep zich op buitengewone omstandigheden zoals baanonderhoud en Eurocontrol-regulaties.

De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, stellende dat de vervoerder niet had aangetoond dat de capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid was. De vervoerder stelde dat de capaciteitsreductie en slechte weersomstandigheden een geldige grond waren voor annulering en verweerde zich tegen de cessie van vorderingen door ouders namens minderjarige kinderen.

De rechtbank oordeelde dat de cessie rechtsgeldig was en dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat de capaciteitsreductie en weersomstandigheden de vluchtannulering rechtvaardigden. Gepland baanonderhoud werd niet als buitengewone omstandigheid aangemerkt. De passagiers kregen de volledige hoofdsom aan compensatie toegewezen met wettelijke rente, maar de vordering tot buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van de compensatie, wettelijke rente en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht omdat partijen reeds schriftelijk hadden kunnen reageren op de stellingen.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van compensatie en proceskosten wegens onvoldoende onderbouwing van buitengewone omstandigheid bij vluchtannulering.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10297638 CV EXPL 23-1216
vonnis van: 28 mei 2026
fno.: 569

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [passagier 1]

2. [passagier 2]

3. [passagier 3]

4. [passagier 4]

5. [passagier 5]

6. [passagier 6]

7. [passagier 7]

8. [passagier 8]

9. [passagier 9]

10. [passagier 10]

11. [passagier 11]

12. [passagier 12]

13. [passagier 13]

14. [passagier 14]

allen woonplaats kiezende te [woonplaats]
eisers
nader te noemen: de passagiers indien gezamenlijk bedoeld anders bij de achternaam
gemachtigde: mr. R. Bos
t e g e n

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • dagvaarding van 28 december 2022, met producties
  • conclusie van antwoord met producties
  • conclusie van repliek met producties
  • conclusie van dupliek met producties
  • akte uitlating producties, tevens verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling
  • dagbepaling vonnis

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1.
De passagiers hebben bij de vervoerder een vliegreis geboekt van [vluchtroute] met vluchtnummer [nummer] , uit te voeren op [dag] – hierna de vlucht – .
1.2.
De vlucht is geannuleerd. De passagiers [passagier 1] , [passagier 2] , [passagier 10] [passagier 11] en [passagier 12] hebben afgezien van een vervangende vlucht en hebben restitutie van de ticketprijs verzocht. De overige passagiers zijn door de vervoerder omgeboekt en zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming gearriveerd.
1.3.
In het OCC rapport is ter zake van de vlucht opgenomen:
‘Cancelled due to unfavorable wind at [plaats] in combination with runway availability’
1.4.
Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft in een verklaring van 21 oktober 2022 opgenomen:
Due to runway maintenance work at [vliegveld] , air traffic had to be regulated by Air Traffic Control the Netherlands (LVNL) between 06:00 and 22:20 hour Local Time (LT) on [dag] 2022.
As a result LVNL was forced to report a capacity reduction for air traffic to [vliegveld] to EUROCONTROL, Network Manager. (…)
Based on all the information available, the Network Manager provides so-called CTOT’s to airlines. A CTOT (…) is a timeframe for the departure or arrival time of an aircraft.
During this timeframe the number of flights intending to depart and arrive exceeded the capacity available (…)
1.5.
De passagiers hebben bij de vervoerder aanspraak gemaakt op compensatie ten gevolg van de vertraging van de vlucht.
1.6.
De passagiers [passagier 1] en [passagier 2] hebben via brief van 10 augustus 2022 de vervoerder gesommeerd de ticketprijs te restitueren uiterlijk 21 dagen na de briefdatum bij gebreke waarvan wettelijke rente in rekening zal worden gebracht.
1.7.
De vervoerder heeft geweigerd de compensatie te betalen.

Vordering en verweer

2. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 9.551,27 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 dagen na
de annulering tot aan de dag der algehele voldoening:
b. € 852,56 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente;
c. de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de
betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
3. De passagiers baseren de vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraagde aankomst op de eindbestemming dan we het niet aankomen op de eindbestemming gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 lid 1 van Pro de Verordening. De passagiers [passagier 1] en [passagier 2] hebben geen restitutie ontvangen van de ticketprijs van in totaal € 751,27. De overige passagiers die daarom verzocht hebben, hebben wel restitutie van de ticketprijs ontvangen.
4. De passagiers stellen daartoe – kort gezegd – dat geen sprake was van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. De vervoerder onderbouwt niet dat er sprake was van een capaciteitsreductie. De weersomstandigheden ten tijde van de vlucht waren derhalve voldoende om te vliegen. De weersomstandigheden hebben de uitvoering van de vlucht niet verhinderd. Het baanonderhoud is regulier onderhoud en kan zonder problemen worden opgevangen door de overige banen. De stellingen van de vervoerder over het vorderingsrecht van de ouders van de minderjarige kinderen dient te worden gepasseerd omdat uit de akte van cessie voldoende volgt dat de ouders de vorderingen van hun minderjarige kinderen aan henzelf als wettelijke vertegenwoordigers hebben overgedragen.
5. De passagiers wensen een mondelinge behandeling omdat de vervoerder ter zake van het criterium of hij redelijke maatregelen heeft getroffen als bedoeld in de Verordening nieuwe stellingen heeft ingenomen bij dupliek. Voorts is er geen mogelijkheid tot hoger beroep.
6. De vervoerder voert verweer en voert – kort gezegd – aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening, waardoor geen compensatie verschuldigd is. De capaciteit ten tijde van de vlucht was beperkt door de LVNL en Eurocontrol wegens slechte weersomstandigheden. Eurocontrol heeft regulaties afgekondigd ten gevolge van het slechte weer. Op en rond de vertrektijd van de vlucht konden er slechts 32 vluchten worden verwerkt in plaats van 38 zo volgt uit de Eurocontrol regulatie (Regulation,‘EHAMA, 32). Dit betrof zowel het aankomende als het vertrekkende verkeer. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft in het arrest 23 augustus 2022 (ECLI:GHAMS:2022:2422) bepaald dat een algemene capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid betreft. De kantonrechter te Amsterdam heeft op 17 maart 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:2275) geoordeeld dat een dergelijke capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid betreft. Zowel rechters in Nederland als in het buitenland oordelen dat een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid betreft. Voorts is in 5.4 van de Interpretatieve richtsnoeren betreffende Verordening (EG) nr. 261/2004 van de Commissie – hierna de Richtsnoeren – opgenomen dat overeenkomstig overweging 14 van de Verordening er sprake is van buitengewone omstandigheden als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt.
7. De vervoerder voert voorts aan dat de passagiers niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard met betrekking tot de vordering van hun minderjarige kinderen. Er is geen machtiging van de kantonrechter overgelegd dan wel heeft er een rechtsgeldige cessie plaatsgevonden. Uit de akte van cessie blijkt niet dat de ouders de vordering van de minderjarige kinderen eerst aan zichzelf hebben gecedeerd alvorens deze aan Aviclaim te cederen.
8. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht.
9. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

Cessie
8. Een rechtsgeldige cessie dient onder verwijzing naar artikel 3:94 lid 1 BW Pro aan twee constitutieve vereisten te voldoen: een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Hierbij geldt dat de te overdragen vordering overeenkomstig artikel 3:84 lid 2 BW Pro in voldoende mate door de akte moet worden bepaald. Volgens vaste rechtspraak is voldoende dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat (Hoge Raad 16 juni 1995, NJ 1996/508, Ontvanger/ Rabo). Uit de overgelegde aktes van cessie blijkt het volgende. In de akte van cessie wordt het claimnummer vermeld (dat wordt gebruikt in de correspondentie met de luchtvaartmaatschappij) en de naam van de passagier. Verder staat in de akte van cessie het volgende opgenomen: “II. Verklaart het volgende te zijn overeengekomen: ondergetekende draagt, in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van zijn/haar minderjarige kind(eren), hierbij in eigendom over, op zichzelf. Cessionaris(sen), die bij deze eigendom aanvaardt, de vordering op de luchtvaartmaatschappij van zijn/haar minderjarige kind(eren)”. Bij de aktes van cessie zijn tevens kopieën van de paspoorten van de passagiers en hun minderjarige kinderen gevoegd. Vervolgens wordt bij de mededeling van de akte van cessie aan de luchtvaartmaatschappij, onder meer, het claimnummer en de naam van het minderjarige kind vermeld. Gelet daarop is voldoende gebleken dat dat de minderjarige kinderen hun (vermeende) vorderingen hebben overgedragen aan hun ouders. Het verweer van de vervoerder wordt gepasseerd. (zie ook rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, 15 juni 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:5401).
Uitgangspunt
9. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van artikel 5 lid Pro 1 c onder III jo artikel 7 lid 1 van Pro de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Gelet op de doelstelling van de Verordening, die volgens overweging 1 van de Verordening erin is gelegen een hoog niveau van bescherming van passagiers te waarborgen, en het feit dat artikel 5, lid 3, van de Verordening een afwijking is van het beginsel dat passagiers recht op compensatie hebben in geval van annulering van hun vlucht, moet het begrip “buitengewone omstandigheid” in de zin van deze bepaling echter strikt worden uitgelegd (zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 23 maart 2021, Airhelp/SAS, ECLI:EU:C:2021:226).
Onderbouwing buitengewone omstandigheid
10. Van de vervoerder mag verwacht worden dat hij de gestelde buitengewone omstandigheid, in casu de capaciteitsreductie, onderbouwt en tevens met name onderbouwt wat de gevolgen daarvan zijn voor de geplande vlucht. Daarin is hij niet geslaagd. De vervoerder moet onderbouwen dat hij geen andere mogelijkheid had dan de vlucht te annuleren. Dat heeft hij nagelaten. Reeds gelet daarop is het arrest van het hof Amsterdam van 23 augustus 2022 (ECLI:GHAMS:2022:2422) op dit punt niet relevant voor onderhavige zaak. In die situatie was sprake van een verzoek van de luchthavenexploitant aan alle luchtvaartmaatschappijen om een algemene capaciteitsreductie door te voeren van 30% voor inkomend en uitgaand vliegverkeer, hetgeen de facto een beperking van 30% van de geplande vluchten betekent. Gesteld noch gebleken is dat dit hier het geval was. Het betreft in deze zaak een verzoek van LVNL tot een capaciteitsreductie, hetgeen een procentuele vermindering betreft van het aantal vastgestelde maximale vliegbewegingen, vastgesteld door LVNL. Van de vervoerder had derhalve verwacht mogen worden te onderbouwen wat de gevolgen waren van de capaciteitsreductie. Dat is niet gebeurd.
10. Voor het overige heeft de vervoerder de buitengewone omstandigheid eveneens onvoldoende onderbouwd. De vervoerder onderbouwt de buitengewone omstandigheid met onder meer regulaties van het vliegverkeer, opgelegd door Eurocontrol. De vervoerder heeft gesteld dat deze regulaties zowel het vertrekkende verkeer als het aankomende verkeer betreffen. De kantonrechter gaat daar niet vanuit. Uit de verklaring van LVNL volgt dat de regulaties enkel het aankomende verkeer betroffen (‘
air traffic to [vliegveld] ’ ). De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat de regulaties tevens het vertrekkende verkeer betreffen en derhalve onderhavige vlucht. De vervoerder heeft met het voorgaande de buitengewone omstandigheid onvoldoende onderbouwd.
10. Gepland baanonderhoud is tevens geen buitengewone omstandigheid. Over gepland baanonderhoud is reeds geoordeeld bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 11 juli 2025 (zie ECLI:NL:RBAMS:2025:4899). De kantonrechter blijft bij dat oordeel en verwijst naar de overwegingen van dat vonnis die toepasbaar zijn op deze zaak.
13. Gelet daarop is de kantonrechter thans, anders dan de kantonrechter te Amsterdam in de bovengenoemde vonnis van 17 maart 2020 van oordeel dat de gestelde buitengewone omstandigheid onvoldoende is onderbouwd. Ook de uitspraken van andere (Europese) rechtbanken geven geen aanleiding om het oordeel in deze zaak anders te doen laten uitvallen. De vraag of, dan wel wanneer, een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid is, is nooit door het Europees Hof of, inmiddels, het Gerecht beoordeeld omdat de luchtvaartmaatschappijen de zaken die daarvoor in aanmerking kwamen, dan wel aanhangig zijn gemaakt, regelden waardoor geen uitspraak over dit punt is gedaan.
13. Dat in, thans 5.2.3 onder sub h, van de Richtsnoeren is opgenomen dat sprake is van een buitengewone omstandigheid ‘als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt’, maakt het voorgaande niet anders alleen al omdat niet is onderbouwd dat sprake was van slechte weersomstandigheden in de zin van de Verordening, bijvoorbeeld door het overleggen van Metar Data.
13. Hetgeen overigens is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Redelijke maatregelen/mondelinge behandeling
16. Dat betekent dat het debat tussen partijen of er redelijke maatregelen zijn getroffen geen behandeling behoeft. Gelet daarop en mede gelet op het feit dat de passagiers reeds hebben kunnen reageren bij akte op de stellingen van de vervoerder op dit punt, ziet de kantonrechter geen aanleiding tot het houden van een mondelinge behandeling als verzocht door de passagiers.
Ticketprijs
17. De passagiers [passagier 1] en [passagier 2] stellen op goede gronden dat niet is komen vast te staan dat de vervoerder de ticketprijs aan hen heeft gerestitueerd. De door de vervoerder overgelegde screenshots zijn geen betalingsbewijs. Daarin is niet opgenomen op welk bankrekeningnummer de bedragen zouden zijn betaald. Er lijkt enkel een verzoek tot terugbetaling voor de passagiers te zijn gericht aan een derde partij. Dat is onvoldoende om te onderbouwen dat er restitutie heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat het bedrag dat is gevorderd aan ticketprijs toewijsbaar is.
Hoofdsom en wettelijke rente
18. Dat betekent dat de volledige hoofdsom toewijsbaar is als hierna te melden. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd ter zake van de gevorderde compensatie. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Pro Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht. Ter zake van het deel van de hoofdsom dat ziet op de ticketrestitutie is de wettelijke rente toewijsbaar vanaf 21 dagen na de ingebrekestelling van 10 augustus 2022, derhalve vanaf 1 september 2022.
Buitengerechtelijke kosten
19. De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast hebben de passagiers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagiers hebben derhalve onvoldoende gespecificeerd en onvoldoende onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW Pro. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Proceskosten
20. Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. De gevorderde wettelijke rente daarover is toewijsbaar als hierna te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 9.551,27 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over € 8.800,00 vanaf 7 dagen na de annulering tot de algehele voldoening en vermeerderd met de wettelijke rente over
€ 751,27 vanaf 1 september 2022 tot aan de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op:
-griffierecht: € 244,00
-exploot: € 125,03
-salaris: € 900,00
--------------
totaal: € 1.269,03
inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis, tot de voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis, tot de voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.