Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
[naam COA-locatie]’, de COA-locatie in [plaats 2] , alwaar aangeefster werkzaam is. Verdachte is op 24, 25, 28 en 29 november 2025, ondanks het locatieverbod, bij [naam COA-locatie] langs geweest. Op 28 november 2025 is door de politie een stopgesprek met verdachte gevoerd. Wat betreft de invloed van verdachtes gedrag op het persoonlijk leven van aangeefster heeft de politie geverbaliseerd dat [slachtoffer 1] tijdens de aangifte zeer geëmotioneerd was en huilde, en dat zij vertelde dat ze bang was als ze in de omgeving van haar werk was dat verdachte ineens weer voor haar zou staan.
,nu deze verklaringen op geen enkele wijze door het dossier worden ondersteund. Ten aanzien van de eerste bewering geldt bovendien dat verdachte dit pas op de zitting voor het eerst heeft gemeld en de rechtbank deze mededeling in het licht van de verklaringen van aangeefster en haar collega’s ook niet geloofwaardig acht. De rechtbank gaat aan de verklaringen van verdachte voorbij en gaat uit van de juistheid van de aangifte en getuigenverklaringen
4.Bewezenverklaring
5.Het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[de verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
90 (negentig) dagen.