Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.AMSTERDAM CANAL CRUISES B.V.,2. ALGEMENE AMSTERDAMSE REDERIJ NOORD-ZUID B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
conditio sine qua non-verband) bestaat tussen de onrechtmatige besluiten en de door Blue Boat Company gestelde exploitatieschade. Het betoog van de gemeente luidt, kort samengevat, als volgt. Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 hebben de vaartuigen sinds dat moment weer een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd. Het is de keuze van Blue Boat Company geweest om de vaartuigen te verkopen, terwijl de bestuursrechtelijke procedure tegen de besluiten nog liep. Zij had bijvoorbeeld andere afspraken kunnen maken met de koper. De keuze voor verkoop van drie van de vier vaartuigen komt dan voor rekening en risico van Blue Boat Company. Het vierde vaartuig (Flying Dutchman) heeft Blue Boat Company tussen 1 maart 2024 en 2 oktober 2024 niet kunnen exploiteren, maar Blue Boat Company heeft niet aangetoond dat daadwerkelijk sprake is geweest van omzetverlies. Blue Boat Company heeft geen inzicht gegeven in de bezettingsgraad, zodat ervan uit wordt gegaan dat Blue Boat Company passagiers voor Flying Dutchman met haar andere vaartuigen kon vervoeren.
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)