ECLI:NL:RBAMS:2026:6915
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik
De verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst met de huurder wegens dringend eigen gebruik van de woning. De verhuurder stelt dat de gemeente het niet toestaat de woning aan meer dan één huishouden te verhuren, er sprake is van een structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten, en dat renovatie noodzakelijk is waardoor voortzetting van de huur niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat de woning momenteel slechts aan één huishouden wordt verhuurd, zodat geen strijd met publiekrechtelijke bepalingen bestaat. Bovendien is aannemelijk dat met een omgevingsvergunning verhuur aan meerdere huishoudens mogelijk is, waardoor dringend eigen gebruik niet kan worden aangenomen. De stelling van een structurele wanverhouding wordt gemotiveerd betwist door de huurder, en onvoldoende onderbouwd door de verhuurder.
Ten aanzien van de renovatie blijkt uit de overgelegde ramingsindicatie dat de twee woonlagen kunnen worden verbouwd tot één woonruimte, maar dit is niet de enige optie. De verhuurder heeft onvoldoende aangetoond dat renovatie zodanig is dat beëindiging van de huurovereenkomst noodzakelijk is.
Daarom wordt het beroep op dringend eigen gebruik verworpen en de vordering tot beëindiging afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel en uitgesproken op 30 juni 2026.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.