Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Artikel 3. Duur
Deze arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en eindigt van rechtswege op 31 januari 2026 (…)
Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor een gemiddeld aantal van 38,00 arbeidsuren per week.
Het salaris bedraagt ten tijde van het aangaan van deze overeenkomst op fulltimebasis € 3500,00 bruto per maand. (…)
De vakantiebijslag bedraagt 8% van het overeengekomen salaris en wordt eenmaal per jaar uitgekeerd.”
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
Verlof saldo van 2026-3-31” is te zien dat [verzoeker] in die periode 174,86 vakantie-uren heeft opgebouwd, en 168 uren heeft opgenomen. De 6,86 vakantie-uren die overblijven heeft Pompstation uitbetaald bij de eindafrekening, zoals te zien is op de loonstrook van maart 2026. Op het overzicht “
Plus min saldo van 2026-3-31” is te zien dat [verzoeker] tijdens zijn dienstverband 56,60 overuren heeft opgebouwd. Deze overuren vallen echter binnen de regeling van 10% overuren die in het salaris zitten zoals overeengekomen in artikel 6 van Pro de arbeidsovereenkomst, aldus steeds Pompstation.