Uitspraak
(of Westlake Corporation, zoals zij zichzelf noemt)
1.Dit vonnis in het kort
2.De procedure
3.De feiten
merchant market(handelsmarkt) ethyleen in om (mede) hiervan in hun ondernemingen andere producten te maken.
reporting agencydie marktinformatie over onder andere de chemische sector verzamelt en publiceert. ICIS stelt de MCP vast op grond van de nominale marktprijs die bepaalde marktdeelnemers (afnemers en leveranciers) vrijwillig aan haar rapporteren. ICIS neemt uitsluitend informatie in aanmerking die afkomstig is van grote leveranciers en afnemers van ethyleen.
initial settlement. Zodra (minimaal) een tweede paar, bestaande uit een andere leverancier en een andere afnemer dezelfde nominale prijs overeenkomen – een zogenoemd
final settlement– en aan ICIS rapporteren (de zogenoemde 2+2-regel), wordt deze prijs (exclusief een korting) de MCP voor de volgende maand die ICIS als zodanig bekend maakt. Het is ook mogelijk dat meerdere leveranciers en/of meerdere afnemers de
initialof
final settlementaangaan. Deelname aan dit zogenoemde
MCP settlement processis vrijwillig; niet alle leveranciers en afnemers van ethyleen nemen daaraan (steeds) deel.
MCP settlement process.
MCP settlement process.
1.INTRODUCTION
4.DESCRIPTION OF THE EVENTS
As regards the MCP, the parties agreed on price targets which they intended to use at the start of the MCP ‘settlement’ negotiations with ethylene sellers, as well as MCP price targets they ultimately wanted to achieve, in particular based on a joint evaluation by the parties of market pricing factors and publicly available analyst intelligence.
As regards market trends, parties exchanged information on market trends relating to the development of elements important for the formation of the ethylene price (oil and naphtha prices, ethylene spot market prices, propylene prices, improved or reduced level of ethylene supplies, Asia ethylene market) and exchanged their views on the extent to which these developments should influence the ethylene MCP for the upcoming month(s).
5.LEGAL ASSESSMENT
6.DURATION OF ADDRESSEES’ PARTICIPATION IN THE INFRINGEMENT
7.LIABILITY
8.REMEDIES
4.De hoofdzaak
5.Het eerste voorwaardelijke incident
6.De hoofdzaak en het eerste voorwaardelijke incident
7.Het tweede voorwaardelijke incident
8.De beoordeling
MCP” published by the specialised market information providers.
Monthly Contract Price(de MCP). Anders dan uit de geciteerde zin zou kunnen worden afgeleid blijkt uit het geheel van het EC-Besluit dat de Europese Commissie niet heeft vastgesteld dat de inbreuk op het Europese mededingingsrecht (mede) bestond uit het daadwerkelijk bepalen van de MCP. De Europese Commissie heeft juist uitdrukkelijk in het midden gelaten of het met de inbreuk nagestreefde doel is bereikt. De rechtbank wijst in dit verband op de volgende passages uit het EC-Besluit:
follow-onvorderingen (zoals de Stichting stelt) of (ook) als
stand-alonevorderingen (zoals gedaagden aanvoeren).
Follow-onvorderingen zijn in dit geval vorderingen die zijn gebaseerd op, en voortvloeien uit, de in het EC-Besluit vastgestelde inbreuk op het mededingingsrecht.
Stand-alonevorderingen zijn in dit geval vorderingen die zijn gebaseerd op, en voortvloeien uit, andere inbreuken op het mededingingsrecht.
rechtbank)”. Naar de rechtbank begrijpt, vallen de in vordering (2) genoemde “onrechtmatige gedragingen van het ethyleenkartel zoals vastgesteld in de Beschikking” hiermee samen. Vordering (2) voegt echter toe (de rechtbank wijst op het door de Stichting gebruikte woord “en”) “de onrechtmatige handelingen van gedaagden zoals beschreven in het lichaam van de dagvaarding en de in het geding gebrachte producties”. De Stichting licht niet, althans niet voldoende, toe waaruit deze “onrechtmatige handelingen” bestaan. De Stichting licht in het bijzonder niet, althans niet voldoende, toe dat deze onrechtmatige handelingen meer of anders inhouden dan de in het EC-Besluit vastgestelde inbreuk op het mededingingsrecht. Zij licht voorts niet toe hoe de in vordering (2) vervatte toevoeging zich verhoudt tot vordering (1), waarin het zoals gezegd uitsluitend gaat om “het onrechtmatige kartelgedrag zoals vastgesteld in de Beschikking”. Zij licht tot slot niet toe hoe deze toevoeging zich verhoudt tot haar consequente stelling dat haar vorderingen moeten worden gekwalificeerd als
follow-onvorderingen (welke stelling andere inbreuken op het mededingingsrecht dan de in het EC-Besluit vastgestelde uitsluit). Gelet op dit alles gaat de rechtbank hierna uitsluitend uit van de in het EC-Besluit vastgestelde inbreuk op het mededingingsrecht.
Monthly Contract Price(de MCP). Mede gelet op de wijze van totstandkoming, elke maand opnieuw, van de MCP is aan de zijde van gedaagden allereerst sprake van beoogd bepalen van de MCP. In dit verband wordt ook verwezen naar hetgeen hiervoor onder 8.2 is overwogen. Of de MCP daadwerkelijk is bepaald, althans beïnvloed - in andere woorden of de inbreuk effect heeft gehad -, moet hiervan worden onderscheiden (en moet – in het kader van de gevolgen van de in het EC-Besluit vastgestelde inbreuk op het mededingingsrecht – afzonderlijk worden onderzocht).
stand-alonevorderingen.
Zoals hiervoor onder 8.9.1 is geoordeeld, gaat de Stichting uitsluitend uit van de in het EC-Besluit vastgestelde inbreuk op het mededingingsrecht. Dit staat er volgens haar niet aan in de weg dat in het kader van de gevolgen van deze inbreuk meer of andere plaatsen, tijden en producten aan de orde komen dan de in het EC-Besluit genoemde. De Stichting stelt dat de MCP daadwerkelijk door gedaagden is beïnvloed, hetgeen vervolgens bij de Repsol-entiteiten heeft geleid tot schade in de vorm van verminderde inkomsten (
undercharge) uit verkooptransacties waarbij de MCP is gehanteerd. Of dit het geval is, zal hierna worden onderzocht en is bepalend voor de toewijsbaarheid van de vorderingen van de Stichting, of deze nu als
follow onof als
stand alonemoeten worden gezien. De rechtbank gaat daar voor dit moment niet verder op in.
rechtbank] producten hebben verkocht waarvan de prijs mede werd bepaald (of anderszins geraakt) door de MCP; en (ii) de inbreuk door Kartellisten [gedaagden;
rechtbank] een daadwerkelijk effect heeft gehad op de MCP, meer specifiek of de mogelijkheid aannemelijk is dat de Benadeelde Partijen schade hebben geleden als gevolg van het kartel.
follow-onvorderingen van benadeelden overgedragen hebben gekregen (zie hiervoor in 4.7.6-4.7.7)?
“a single and continuous infringement of Article 101 of the Treaty on the Functioning of the European Union”. Dat betekent dat alle gedragingen die de inbreuk vormen als een geheel moeten worden beschouwd, in die zin dat elke onderneming voor de gehele duur van haar deelname aan de inbreuk eveneens verantwoordelijk wordt gehouden voor de gedragingen van andere ondernemingen in het kader van deze inbreuk, zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt in afzonderlijke gedragingen, en zonder dat behoeft vast te staan dat elk van deze gedragingen op zichzelf en afzonderlijk beschouwd als inbreuk op artikel 101 VWEU Pro kan worden aangemerkt.
De deelname aan de inbreuk van Westlake eindigde op 29 juni 2016, dat is dus voor de uiterste termijn van implementatie en ook voor de daadwerkelijke implementatie van de Richtlijn in Nederland. De op de Richtlijn gebaseerde bepalingen zijn dus op Westlake niet van toepassing en er is geen verplichting tot richtlijnconforme interpretatie ten aanzien van Westlake.
Voor de overige gedaagden geldt dat hun deelname aan de inbreuk heeft geduurd tot 28 maart 2017 (Celanese en Vestolit) respectievelijk 29 maart 2017 (Clariant). In alle drie de gevallen is dat nadat de Richtlijn in Nederland was geïmplementeerd. Dit leidt tot de conclusie dat de op de Richtlijn gebaseerde bepalingen voor zover deze afhankelijk zijn van het moment dat de inbreuk eindigde van toepassing zijn op Celanese, Vestolit en Clariant.
Anders dan bij traditionele kartels manipuleerden de Kartellisten een prijsindex (de MCP) die ook door niet-karteldeelnemers werd gebruikt. Het kartel beïnvloedde daardoor ook de prijzen van verkopen aan niet-karteldeelnemers waarin de MCP als prijsbenchmark diende. Deze effecten ontstonden omdat niet-karteldeelnemers (..) de MCP als referentie gebruikten in hun contracten, waardoor de kunstmatig verlaagde prijs doorwerkte in hun transacties. Een directe contractuele relatie met de Kartellisten was hiervoor niet nodig.
(…)
De Kartellisten waren samengevat met hun afstemming in staat om ongeacht hun marktaandeel de MCP kunstmatig te verlagen omdat het beïnvloeden van het MCP 2+2 "settlement" proces de focus was van de samenspanning. Het ethyleenkartel had als gevolg hiervan de volgende effecten. Ten eerste had het effecten op alle verkopen van ethyleen (..) waarbij de prijs was gekoppeld aan de MCP, inclusief verkopen van de Benadeelde Partijen. Dit is ongeacht of er een contractuele relatie was met de Kartellisten of niet. Ten tweede had het kartel effecten op verkopen van ethyleen (..) die niet direct gekoppeld waren aan de gemanipuleerde MCP. Ten derde had het kartel na-ijleffecten na het einde van de kartelperiode. Vanwege deze effecten van het ethyleeninkoopkartel hebben de Benadeelde Partijen schade geleden.
Uit de analyse van Compass Lexecon volgt namelijk dat de netto-prijzen tijdens de inbreuk mogelijk 1,43% hoger waren dan in de periode voor de inbreuk en dat deze mogelijk 0,42% hoger waren dan na de inbreuk, wanneer de Covid-19 periode wordt meegenomen. Wanneer de Covid-19 periode niet wordt meegenomen in de analyse, komt Compass Lexecon tot een negatief prijseffect van 0,92%. Deze resultaten zijn niet statistisch significant. Compass Lexecon heeft “robustness checks” uitgevoerd; deze leiden niet tot een heel ander beeld, wat de aannemelijkheid van de bevindingen bevestigt.
underchargeop de ethyleen MCP als gevolg van de inbreuk, dus is er geen schade. Oxera heeft een vergelijking gemaakt van de MCP tijdens en na de inbreuk. Daarbij is gelet op de volgende factoren: de prijs van nafta (in $), de prijs van elektriciteit, de wisselkoers $/EUR, de Chemicals BCI als vraagvariabele, de olieprijs en de prijs van plastics. Oxera vindt geen statistisch significant effect; zij vindt een prijsverhoging van € 1.07, dat is 0,1%. Door een inbreuk zou men een prijsverlaging verwachten.
bargaining power) van afnemers was om verschillende redenen relatief zwak ten opzichte van de zeer sterke positie van de leveranciers van ethyleen.
(i) het beperkte aantal leveranciers dat is aangesloten op het ARG+ Netwerk,
(ii) de hoge transportkosten,
(iii) de beperkte hoeveelheid ethyleen die op de ethyleen handelsmarkt in NWE voor afname beschikbaar is en
(iv) de hoge drempels voor toetreding tot het ARG+ Netwerk.
De aankoopzijde van de ethyleen handelsmarkt in NWE is juist zeer gefragmenteerd. Dat betekent dat ethyleenleveranciers met een veel groter aantal afnemers kunnen onderhandelen dan het aantal leveranciers waarmee de afnemers kunnen onderhandelen. Daarnaast zijn de ethyleenleveranciers gemiddeld genomen groter dan de afnemers (gemeten in aanbod en afname). Dat maakt dat iedere ethyleenleverancier niet alleen met meer afnemers kan onderhandelen, maar ook dat iedere afnemer slechts een klein deel van het verkoopvolume van een ethyleenleverancier vertegenwoordigt. Al deze factoren verzwakken de onderhandelingspositie van de afnemers en versterken juist de positie van de ethyleenleveranciers.
Volgens Vestolit is de ethyleen handelsmarkt in NWE tussen de leveranciers onderling zeer transparant. De leveranciers beschikken over veel marktgegevens en vergaande inzichten in elkaars prijstrends, contractspartijen en verkoopvolumes op de ethyleenmarkt in NWE. Dit betekent dat de leveranciers tijdens onderhandelingen steeds konden beoordelen of prijzen competitief waren of niet.
settlementsheeft geleid en de mate waarin gedaagden daarbij betrokken waren.
settlements, waarbij zij ook konden ingaan op eventuele afwijkingen van de 2+2-regel. Gedaagden hebben vervolgens akten genomen, de Stichting heeft een antwoordakte genomen.
settlementsbetrokken partijen en hebben deze gecombineerd met andere gegevens die hen bekend waren om partijen die door ICIS alleen met een letter waren aangeduid te identificeren. Dit heeft tot een overzicht geleid, waarvan de feitelijke juistheid door de Stichting niet is betwist. Een deel van dit overzicht luidt als volgt:
settlementovereenkwamen, maar meerdere (deels overlappende)
settlementpairs betrokken waren bij de totstandkoming van de MCP, het gemiddeld aantal koppels over de relevante periode bedraagt 4,47. In het merendeel van de maanden waren nog meerdere andere niet bij de inbreuk betrokken marktdeelnemers betrokken (zowel andere leveranciers als ook niet bij de inbreuk betrokken afnemers). Met andere woorden, gedaagden konden in geen geval onderling de MCP bepalen.
MCP Settlement Procesgedurende de inbreukperiode bevestigt. Gedaagden domineerden het
MCP Settlement Procesdoor hier in de kartelperiode consistent aan deel te nemen. Omdat de MCP alleen wordt vastgesteld op basis van
settlementsvan bepaalde partijen die vrijwillig deelnemen aan het
MCP Settlement Procesis dit geen “marktwijde consensus”.
settlementen in 11 van die maanden waren uitsluitend gedaagden onderdeel van de
settlementpairs. In slechts 2 van de 51 maanden waren gedaagden niet betrokken bij het
MCP Settlement proces. Voor de periode tussen januari 2012 en februari 2013 is het beeld vergelijkbaar, aldus de Stichting.
settlementproces deelnamen, al blijkt uit genoemd overzicht dat ook andere afnemers zeer regelmatig bij dat proces betrokken waren. In de inbreukperiode (voor zover gedaagden daarover gegevens in het geding hebben gebracht, te weten over de periode van februari 2013 tot en met april 2017) zijn 51
settlementsgeregistreerd. Daarbij was in 38 gevallen (75%) tenminste een van de gedaagden betrokken en in 13 gevallen (25%) waren dat uitsluitend niet gedaagden als koper/afnemer. Verder is in een groot deel van de gevallen niet slechts sprake van twee
settlements, maar van meer dan twee, waarbij naast gedaagden veelal ook andere partijen betrokken waren.
Dat gedaagden het
MCP Settlement Proceshebben “gedomineerd”, zoals de Stichting ook wel stelt, kan uit dit overzicht niet worden afgeleid. Dat is gezien de aard van het MCP
settlementproces voor alleen gedaagden ook niet mogelijk, omdat een
settlementaltijd de instemming moet hebben van een leverancier. Wel kan worden gezegd dat gedaagden in verhouding tot hun marktaandeel van ongeveer 15% verhoudingsgewijs vaak bij
settlementsbetrokken zijn geweest. Maar daaruit kan niet worden afgeleid dat hun betrokkenheid bij
settlementsook tot effectieve beïnvloeding van de MCP heeft geleid.
settlementsvan aanbieders met andere afnemers dan gedaagden. Dit betekent dat uit het feit dat gedaagden een kartel vormden niet zonder meer kan worden afgeleid dat de alternatieven van aanbieders door het kartel daadwerkelijk zijn beperkt.
settlementszij de MCP konden beïnvloeden door hun onderhandelingsgedrag op elkaar af te stemmen. Door informatie-uitwisseling en gecoördineerd optreden verzwakten zij de onderhandelingspositie van aanbieders. Aanbieders hebben dan minder alternatieve, onafhankelijke onderhandelingsmogelijkheden wanneer zij met een afnemer geen overeenstemming bereiken. De vermindering van het aantal onafhankelijke opties leidt tot een karteleffect, aldus de Stichting.
settlementzijn gekomen er vanuit kan worden gegaan dat aanbieders ook hebben onderhandeld met andere afnemers, die er immers volop waren en die ook regelmatig aan
settlementsdeelnamen. Als ook met andere afnemers onderhandelingen hebben plaatsgevonden mag worden aangenomen dat die andere afnemers geen hogere prijs hebben geboden dan gedaagden, omdat het met hen niet tot een
settlementis gekomen en met gedaagden wel. Uit het feit dat twee van gedaagden tot een
settlementmet de aanbieders zijn gekomen kan daarom niet zonder meer worden afgeleid dat zij ook met succes de prijs neerwaarts hebben gemanipuleerd door onderlinge gegevensuitwisseling en onderling afgestemde gedragingen.
Situatie 1
) zonder kartel akkoord zouden zijn gegaan met een MCP van € 1.100. Door de illegale afspraken weten zij dat verkopers niet kunnen uitwijken naar andere kopers binnen het kartel. De Kartellisten zetten daarom in op een MCP van € 1.000. In een situatie zonder kartel had een verkoper bij een bod van € 1.000 kunnen uitwijken naar andere kopers die bereid zouden zijn een MCP van € 1.100 te accepteren. Door de informatie-uitwisseling ontbreken deze uitwijkmogelijkheden en kunnen de Kartellisten sterker onderhandelen voor een lagere MCP.”
settlementte komen. De stelling dat door de informatie-uitwisseling de uitwijkmogelijkheden voor aanbieders van ethyleen ontbraken kan dan ook niet worden gevolgd.
settlementaan te gaan met gedaagden er niet op duidt dat zij een goede prijs hebben geboden. Zonder het kartel zou deze prijs hoger zijn geweest.
settlementals eerste is gepubliceerd. Als één van gedaagden een eerste
settlementovereenkomt en deze wordt gepubliceerd, beïnvloedt dit de uiteindelijke MCP vanwege een ‘anchoring effect’. Ook wanneer de uiteindelijke
settlement afwijkt van de eerder vastgestelde MCP, heeft deze eerdere
settlementinvloed op de onderhandelingen die uiteindelijk tot de overeengekomen MCP leiden, aldus de Stichting.
settlementszullen hebben doorgewerkt in opvolgende maanden, ook in maanden dat gedaagden ervoor kozen geen onderdeel te zijn van de
Settlement Pairs.
settlements, waarbij naar moet worden aangenomen de verandering in kostprijsfactoren en fluctuaties in vraag en aanbod voor partijen de meest bepalende factoren waren om op dat moment een bepaalde prijs te vragen of te bieden en niet de achterhaalde MCP die de maand daarvoor was tot stand gekomen.
Dat de MCP telkens werd
weergegevenals een verhoging of verlaging ten opzichte van de MCP van de maand die daaraan vooraf ging, betekent niet dat de MCP ook (mede) door de MCP van de voorafgaande maand was
bepaald.
settlementte rapporteren.
De prijzen die gedaagden zouden willen betalen zullen bij andere afnemers niet bekend zijn, omdat zij geen deel uitmaken van het kartel. De prijsvorming tussen aanbieders en niet-kartellisten is dus niet verstoord en niet is in te zien welke invloed (te) lage biedingen van kartellisten op de onderhandelingen tussen aanbieders en niet-kartellisten zouden kunnen hebben. Ook valt niet in te zien waarom in het door de Stichting gegeven voorbeeld álle gedaagden zonder kartel meer zouden willen betalen dan andere afnemers zonder (kennis van het) kartel.
initial settlementssoms zijn afgewezen, zoals door gedaagden met acht voorbeelden is onderbouwd, is volgens de Stichting geen indicatie dat het kartel geen effecten kan hebben gehad, maar bevestigt eerder de effecten. Zo kunnen gedaagden hebben afgesproken om een
initial settlementvan een derde niet te bevestigen, om een lagere MCP te bewerkstelligen. Vanwege de dominante rol van gedaagden in het
MCP Settlement Proceswas het zonder bevestiging van gedaagden zeer lastig om in de ethyleenmarkt een
settlementvast te stellen.
Een andere logische verklaring voor de afwijzing van
initial settlementsis dat gedaagden hun hand opzettelijk of onbewust overspeelden. Hoewel de
initial settlementin dit geval niet bevestigd is, kan deze nog steeds een effect hebben gehad op de uiteindelijke prijs door het ‘anchoring effect’, aldus de Stichting.
initial settlementniet te volgen omdat ze de prijs te hoog vonden. Daarmee staat niet vast dat zij ook de MCP effectief hebben beïnvloed, immers de
initial settlementwerd alleen niet gevolgd als ook andere afnemers die geen deel uitmaakten van het kartel die prijs te hoog vonden. Met andere woorden gedaagden hadden het niet in hun macht door af te spreken om een
initial settlementvan een derde niet te bevestigen een lagere MCP te bewerkstelligen. Hooguit konden zij de kans daarop vergroten. Nog afgezien daarvan ziet de rechtbank geen “dominante rol van de Kartellisten” in het proces tot vaststelling van de MCP (zie onder 8.21.5).
initial settlementsdat gedaagden ‘hun hand opzettelijk of onbewust overspeelden’ is onbegrijpelijk. Het waren immers niet gedaagden die eenzijdig een
settlementvaststelden, maar het waren gedaagden die een aanbieder bereid vonden te leveren voor de in de
settlementovereengekomen prijs. En dat die prijs dan in de relevante periode in acht gevallen vervolgens niet werd gevolgd en uiteindelijk een MCP tot stand kwam tegen aan andere prijs is wel degelijk een reden om te twijfelen aan het gestelde ‘anchoring effect’. Voor zover dat ‘anchoring effect’ zich al voordoet betreft het niet een door een afnemer bepaalde prijs, maar een prijs die zowel voor de afnemer als voor de leverancier acceptabel was, zodat uit de medewerking aan een
initial settlementgeen manipulatie van de MCP kan worden afgeleid.
settlement. Gedaagden hebben een neerwaartse druk op de MCP uitgeoefend door informatie uit te wisselen over de voortgang van onderhandelingen, effectieve argumenten te delen voor het verlagen van de MCP gegeven de actuele marktsituatie, en onderhandelingsposities en timing van
settlementste coördineren. Dat naast gedaagden ook één of meerdere andere partijen bij een
settlementbetrokken zijn, doet hier niet aan af. Het ethyleenkartel is een inkoopkartel rond een prijsindex. Een lagere MCP werkt marktbreed door en komt alle kopers ten goede, ook kopers die geen onderdeel zijn van het kartel. Niet-kartellisten hebben daardoor geen prikkel om actief te streven naar een hogere MCP dan een door collusie kunstmatig lage MCP. Dit verschilt van een verkoopkartel, waar niet-kartellisten wél een prikkel kunnen hebben om lager te prijzen om afzet of marktaandeel te winnen. Aanvullende kopers hebben dan ook geen prikkel om een hogere
settlementovereen te komen dan gedaagden, en dit verklaart de maanden dat meerdere kopers een
settlementvolgden, aldus de Stichting.
“Niet-kartellisten hebben daardoor geen prikkel om actief te streven naar een hogere MCP dan een door collusie kunstmatig lage MCP”onbegrijpelijk. Alle afnemers zullen immers naar de laagste prijs streven. Omdat de niet-kartellisten hun gedragingen niet afstemmen met andere marktdeelnemers is de prijsvorming tussen aanbieders en niet-kartellisten in ieder geval niet verstoord en niet is in te zien op welke grond de
settlementtussen aanbieders en niet-kartellisten beïnvloed zou kunnen zijn door het gedrag van gedaagden. Er moet dus juist vanuit worden gegaan dat de met de niet-kartellisten overeengekomen
settlementeen marktconforme niet door het kartel beïnvloede prijs is. Dat betekent dat als die prijs overeenkomt met een
final settlementwaarbij een van gedaagden betrokken was, mag worden aangenomen dat ook die met die gedaagde overeengekomen prijs marktconform is en dat dus van een succesvolle neerwaartse manipulatie van de MCP geen sprake is geweest.
settlement, konden de
settlementsvan andere partijen tot een MCP leiden. Dat brengt het kenmerk van een benchmark voor de prijsstelling mee. Dus was er voor afnemers geen risico om bij een te laag bod zonder ethyleen te komen zitten. Ook voor aanbieders van ethyleen was er geen noodzaak om tot een
settlementte komen, omdat hun afzet daar niet van afhing.
settlementvoor een bepaalde prijs hadden ingestemd. Zij konden daarbij niet slechts met gedaagden, maar met alle afnemers onderhandelen en gedaagden namen met elkaar niet meer dan 15% van de te verhandelen ethyleen af. Onderling overleg tussen gedaagden beperkte leveranciers niet in hun mogelijkheden om tot een markconforme
settlementte komen.
In de dagvaarding heeft de Stichting geen duidelijke ‘theory of harm’ gepresenteerd. Ook het SEO-rapport bevat deze niet. In haar akte heeft de Stichting de wijze waarop volgens haar de MCP gemanipuleerd kan zijn uiteengezet aan de hand van de hierboven besproken voorbeelden. Dit zijn echter geen overtuigende voorbeelden, die effectieve beïnvloeding van de MCP als gevolg van het onderling overleg van gedaagden aannemelijk maken.
Al met al is de mogelijkheid van schade als gevolg van de inbreuk niet aannemelijk. Dus is de drempel voor verwijzing naar de schadestaat niet gehaald. De vorderingen van de Stichting worden afgewezen.
9.De incidenten
Die voorwaarde is niet vervuld, omdat de toewijzing van de vordering niet afhangt van bewijslevering door de Stichting, maar de vordering nu al wordt afgewezen. In dit incident behoeft dus niet te worden beslist.