ECLI:NL:RBARN:2003:AN9056
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verhaalsrecht werkgever op mishandelende ex-partner wegens arbeidsongeschiktheid werknemer
De zaak betreft een vordering van een werkgever (Asforo) tegen de ex-partner (W) van een werknemer (E) voor regresbetaling van doorbetaald loon tijdens arbeidsongeschiktheid. E was in dienst bij Asforo en was in twee perioden arbeidsongeschikt. W was strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling van E in juli en september 2002.
De werkgever baseert zijn regresvordering op artikel 6:107a lid 2 BW, stellende dat de arbeidsongeschiktheid van E het gevolg is van de mishandeling door W. De rechtbank stelt vast dat de strafrechtelijke veroordeling van W dwingend bewijs vormt voor de mishandeling. Er is een feitelijk vermoeden van causaliteit tussen de mishandeling en de arbeidsongeschiktheid, mede gelet op de aard van de klachten van E.
W voert verweer dat geen causaal verband bestaat en dat andere factoren, zoals de slechte werksfeer, de oorzaak zijn. Ook stelt hij dat E mede verantwoordelijk is. De rechtbank wijst dit verweer af wegens gebrek aan tegenbewijs. Wel wordt nader onderzocht of er sprake was van een affectieve relatie en samenwoning tussen E en W tijdens de arbeidsongeschiktheid, wat het regresrecht zou kunnen beperken.
De rechtbank verwijst de zaak naar een latere rolzitting voor nadere bewijslevering door W over de samenwoning en houdt verdere beslissing aan. Hoger beroep is pas mogelijk tegen het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst het regresrecht toe onder voorbehoud van nader bewijs over samenwoning en houdt verdere beslissing aan.