ECLI:NL:RBARN:2004:AQ1551
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopig oordeel dat aandelenleaseconstructie Winstverdriedubbelaar onder Wet consumentenkrediet valt
In deze zaak staat centraal of de Winstverdriedubbelaar, een aandelenleaseconstructie waarbij Dexia aan X geld leent om aandelen te kopen, valt onder de Wet op het consumentenkrediet (Wck). De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of een richtlijnconforme uitleg van de Wck, mede gebaseerd op Richtlijn 87/102/EEG, toepassing vindt op deze constructie. De rechtbank komt tot het voorlopige oordeel dat de Wck van toepassing is op de Winstverdriedubbelaar.
X heeft aangevoerd dat de Winstverdriedubbelaar nietig is wegens strijd met de Wck, omdat het een krediettransactie betreft die niet aan de wettelijke eisen voldoet. Dexia betwist dit en stelt dat de Wck niet van toepassing is omdat het geen geldkrediet betreft en effectenlease is uitgezonderd op grond van artikel 4 lid 1 onder Pro h Wck. De rechtbank overweegt echter dat de ruime definitie van kredietovereenkomst in de Richtlijn ook effectenlease omvat en dat de nationale wetgever destijds geen rekening kon houden met effectenleaseconstructies.
De rechtbank benadrukt dat de aandelen die met geleend geld worden gekocht niet als zekerheid dienen, maar het onderwerp van de overeenkomst vormen. De Wck is bedoeld om consumenten te beschermen tegen onduidelijke informatie en te hoge kredietvergoedingen, wat bij de Winstverdriedubbelaar relevant is gezien de complexiteit van het product. Dexia wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op dit voorlopige oordeel en bewijs te leveren dat zij de aandelen daadwerkelijk heeft verworven en op naam van X heeft bijgeschreven. De procedure wordt aangehouden tot nadere beslissing.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt voorlopig dat de Winstverdriedubbelaar onder de Wet op het consumentenkrediet valt en houdt de procedure aan voor nadere reactie en bewijslevering.