ECLI:NL:RBSGR:2005:AR8791
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Mulder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Dexia en gedaagde inzake aandelenleaseovereenkomsten en WCK
Dexia Bank Nederland N.V. vordert betaling van achterstallige termijnen en kosten uit twee aandelenleaseovereenkomsten met gedaagde, die de betaling staakte na enkele maanden. Dexia beëindigde de overeenkomsten na 36 maanden wegens wanbetaling en stelde eindafrekeningen op. Gedaagde betwist de vordering en vordert in reconventie onder meer nietigverklaring van de overeenkomsten op grond van de Wet op het consumentenkrediet (WCK), vernietiging wegens misbruik van omstandigheden en dwaling, en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.
De kantonrechter stelt vast dat Dexia geen bewijs heeft geleverd van een schriftelijke ingebrekestelling aan gedaagde, waardoor gedaagde niet in verzuim is geraakt en Dexia niet gerechtigd was de overeenkomsten te beëindigen. De primaire vordering van Dexia wordt daarom afgewezen. De kantonrechter oordeelt voorts dat de WCK niet van toepassing is op deze effectenleaseovereenkomsten omdat er geen daadwerkelijke geldverstrekking plaatsvindt, en dat de door gedaagde gestelde nietigheden op deze grond falen.
Ook de overige verweren van gedaagde, waaronder misbruik van omstandigheden, dwaling en onrechtmatig handelen, worden verworpen omdat Dexia voldoende informatie heeft verstrekt en gedaagde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de risico’s niet begreep. De vorderingen in reconventie worden afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Dexia en gedaagde worden afgewezen; beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.