ECLI:NL:RBARN:2005:AS5745
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens toepasselijk arbitragebeding in algemene voorwaarden
In deze civiele zaak tussen Gebr. Van Alphen B.V. en Klok Druten Bouw B.V. vordert Van Alphen betaling van openstaande facturen en bijkomende kosten. Klok Druten beroept zich op een arbitragebeding in haar Algemene Voorwaarden voor Onderaanneming en leveranties, dat bepaalt dat alle geschillen uitsluitend door een scheidsgerecht van de Raad van Arbitrage voor de Bouw worden beslecht.
De kern van het geschil betreft welke algemene voorwaarden van toepassing zijn, aangezien Van Alphen verwijst naar haar eigen Algemene Verkoopvoorwaarden met een afwijkende geschillenregeling. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6:225 lid 3 BW Pro de eerste verwijzing naar algemene voorwaarden geldt, namelijk die van Klok Druten in haar offerteaanvraag van 19 december 2002.
Verder wordt geoordeeld dat Van Alphen bekend was met de voorwaarden van Klok Druten, mede door eerdere overeenkomsten tussen partijen waarin deze voorwaarden uitdrukkelijk van toepassing werden verklaard. Het beroep van Van Alphen op vernietigbaarheid van deze voorwaarden faalt daarom.
De rechtbank verklaart zich op grond van artikel 1022 lid 1 Rv Pro onbevoegd en wijst de vordering af. Van Alphen wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst de vordering van Van Alphen af vanwege het geldige arbitragebeding.