ECLI:NL:RBARN:2006:AV8578
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Bijker - Veen
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gemiddelde rendementsgrondslag en afwaardering regresvordering bij informele kapitaalinbreng
De rechtbank Arnhem behandelde het geschil tussen eiseres, een besloten vennootschap, en de inspecteur van de Belastingdienst over de vennootschapsbelastingaanslag voor het lang boekjaar 1994/1995. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 13b lid 4 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb) in verband met een afwaardering van een regresvordering op een verbonden lichaam, [A] B.V., die was ingebracht als informeel kapitaal.
Eiseres had zich borg gesteld voor schulden van [A] en had betalingen verricht die zij als regresvordering op [A] had geboekt tegen de waarde in het economische verkeer. De inspecteur stelde dat deze afwaardering ten laste van de winst moest worden genomen, wat tot een hogere belastbare winst zou leiden. De rechtbank oordeelde echter dat de regresvordering niet ten laste van de winst was afgewaardeerd, maar direct tegen de lagere waarde was opgenomen, zodat artikel 13b lid 4 Vpb niet van toepassing was.
Daarnaast werd geoordeeld dat bij de vaststelling van de gemiddelde rendementsgrondslag ook een banktegoed dat pas aan het einde van het jaar was ontstaan, moest worden meegenomen. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het belastbaar bedrag vast op ƒ 3.687.677 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het onderzoek heropend voor nadere specificatie van de kosten rechtsbijstand in de bezwaarfase.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de aanslag vennootschapsbelasting en vernietigt de uitspraak op bezwaar.