ECLI:NL:GHARN:2008:BC9855
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. den Ouden
- J.B.H. Röben
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Omzetting regresvordering in informeel kapitaal leidt tot wettelijke winstneming
Belanghebbende, een BV, stelde zich borg voor haar deelneming A BV en betaalde borgstellingsbedragen aan banken. Zij verkreeg regresvorderingen op A, die zij tegen lagere economische waarde dan nominale waarde in de boeken opnam. In 1995 bracht zij deze vorderingen als informeel kapitaal in A in.
De Inspecteur corrigeerde de vennootschapsbelasting aanslag door de afwaardering van de regresvordering als winst te rekenen op grond van artikel 13b van de Wet. De Rechtbank oordeelde dat geen sprake was van afwaardering in fiscale zin, maar het Hof stelde vast dat artikel 13b een anti-ontgaansbepaling is die juist dit soort transacties beoogt te voorkomen.
Het Hof concludeerde dat de omzetting van de regresvordering in informeel kapitaal een prijsgeven van de afwaardering inhoudt, waardoor de afwaardering alsnog tot winst moet leiden. De civielrechtelijke waardering en boekhoudkundige terminologie zijn niet maatgevend voor de fiscale kwalificatie. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de omzetting van de afgewaardeerde regresvordering in informeel kapitaal leidt tot winstneming en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond.