ECLI:NL:RBARN:2006:AX7760
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing boetenvordering wegens niet-nakoming bierafnamebeding na contractbeëindiging
In deze civiele zaak vordert Brand Bierbrouwerij betaling van boetes wegens het niet nakomen van een bierafnamebeding door Uffing Horeca Exploitatie BV en Uffing Beheer BV. De rechtbank verwijst naar eerdere rechtsoverwegingen waarin is vastgesteld dat het bierafnamebeding een voortdurende verplichting betreft, waarbij nakoming van een eerdere tekortkoming niet meer mogelijk is. Brand stelde dat een ingebrekestelling niet nodig was voor het verbeuren van boetes.
De rechtbank oordeelt echter dat Brand Uffing c.s. niet tijdig heeft geïnformeerd over het verbeuren van boetes, terwijl het bekend had moeten zijn dat Uffing c.s. geen bier meer afnam vanaf eind november 2003. Bovendien hing het uitblijven van afname samen met een bevoegde opschorting door Brand vanwege niet-nakoming van betalingsverplichtingen door Uffing c.s. Hierdoor kan Brand pas vanaf 9 maart 2004 aanspraak maken op boetes, maar ook na die datum is geen sprake van een geldige boetenvordering, aangezien het café in maart 2004 is gesloten en de overeenkomst is opgezegd.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van boetes integraal af. De overige vorderingen van Brand, waaronder betaling van hoofdsommen en rente voor de geldlening en geleverde dranken, worden wel toegewezen. Uffing c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr R.J.B. Boonekamp en uitgesproken op 19 april 2006.
Uitkomst: De rechtbank wijst de boetenvordering van Brand tegen Uffing c.s. af wegens het ontbreken van een tijdige mededeling en beëindiging van de afnameverplichting.