ECLI:NL:PHR:2006:AU4122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling en ontbindingsovereenkomst tussen motorrijder en raceteam over terbeschikkingstelling motoren
De zaak betreft een overeenkomst tussen een motorrijder en een raceteam waarbij de motorrijder een bedrag van 500.000 gulden moest betalen voor deelname en technische ondersteuning, waaronder twee motorfietsen. De motorrijder betaalde slechts een deel en stelde dat het raceteam tekort was geschoten door slechts één motor ter beschikking te stellen. Hij vorderde gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en vrijstelling van verdere betaling.
De rechtbank wees de vordering van het raceteam af en kende de motorrijder gedeeltelijke ontbinding toe vanwege de tekortkoming. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat de motorrijder niet tijdig had geprotesteerd tegen de tekortkoming, waardoor hij geen beroep meer kon doen op art. 6:89 BW Pro. Tevens was het raceteam niet in verzuim. De motorrijder stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank bevoegd was omdat de vordering niet gebaseerd was op een arbeidsovereenkomst. Het hof heeft terecht alle elementen van de overeenkomst betrokken bij de beoordeling, maar heeft ten onrechte geoordeeld dat de motorrijder niet meer op de tekortkoming kon beroepen zonder te onderzoeken of hij stilzwijgend had ingestemd met het ter beschikking stellen van één motor. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere beoordeling, met name over de instemming van de motorrijder en de toepasselijkheid van ontbinding zonder verzuim bij blijvende tekortkoming.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar instemming en ontbinding zonder verzuim.