ECLI:NL:RBARN:2006:AZ4515
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering lijfrenteverplichting en toepassing rekenrente bij vennootschapsbelasting
Eiseres heeft een lijfrenteovereenkomst gesloten waarbij het gestorte bedrag jaarlijks met 8% samengestelde rente wordt verhoogd. De rechtbank stelt vast dat deze verplichting gelijkstaat aan een schuld tegen samengestelde interest, waarbij een latere aanpassing aan een lagere marktrente niet is toegestaan.
De Belastingdienst heeft voor de waardering van de lijfrenteverplichting een rekenrente van 4% gehanteerd, wat heeft geleid tot een correctie op de aanslag vennootschapsbelasting 2003. Eiseres betoogde dat een lagere rekenrente van 3,3% toegepast had moeten worden, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en stelde daarnaast dat een rekenfout had geleid tot een te hoge waardering.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen begunstigend beleid is aangetoond. Ook wijst zij het standpunt dat de aanslag te hoog is vastgesteld af, omdat een grotere verplichting juist leidt tot een lager belastbaar bedrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de correctie van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de waardering van de lijfrenteverplichting op basis van 4% rekenrente bevestigd.