ECLI:NL:GHARN:2008:BE1964
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- J.B.H. Röben
- J. van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering gerichte lijfrenteverplichting als schuld tegen samengestelde interest
Belanghebbende, een vennootschap, had een gerichte lijfrenteovereenkomst gesloten waarbij zij zich verplichtte jaarlijks 8% samengestelde rente toe te voegen aan een koopsom voor een lijfrente-uitkering aan A of diens nabestaanden. De fiscale waardering van deze verplichting stond centraal in het geschil.
De Inspecteur had de verplichting gewaardeerd op basis van een rekenrente van 4%, wat leidde tot een hogere belastbare winst dan door belanghebbende was opgegeven. Belanghebbende stelde dat de verplichting contant gemaakt mocht worden tegen een lagere marktrente, wat een lagere winst en aanslag tot gevolg had.
Het Hof oordeelde dat de verplichting gelijkgesteld moet worden aan een schuld tegen samengestelde interest, waarbij de jaarlijkse rente een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst vormt. De waardering tegen een lagere marktrente is niet toegestaan omdat dit in strijd is met goed koopmansgebruik.
Daarmee bevestigde het Hof het oordeel van de Rechtbank en de aanslag van de Inspecteur. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de tweede meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem op 23 juli 2008.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.