ECLI:NL:RBARN:2007:AZ8004
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- E.C.G. Okhuizen
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting integratieheffing kweekbodems
De Stichting, een ondernemer die kweekbodems produceert voor medisch onderzoek, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2001 tot en met 2004. De aanslagen betroffen de integratieheffing op de in eigen bedrijf vervaardigde kweekbodems, waarbij de maatstaf van heffing de loonkosten van het interne mediabereidingsteam waren.
De Stichting voerde aan dat zij geen omzetbelasting verschuldigd was omdat zij geen aftrek had genoten van de aan haar door derden in rekening gebrachte omzetbelasting. Zij stelde dat de integratieheffing alleen een correctie van ten onrechte genoten aftrek kon zijn en dat geen aanvullende heffing over onbelaste elementen mocht plaatsvinden. Ook betoogde zij dat voor toepassing van artikel 5, lid 7, letter a, van de Zesde richtlijn een bestemmingswijziging vereist was, wat niet het geval was.
De rechtbank verwierp deze argumenten. Zij oordeelde dat de integratieheffing gebaseerd is op artikel 3, lid 1, letter h, van de Wet OB en artikel 5, lid 7, letter a, van de Zesde richtlijn, die beogen belastingneutraliteit te waarborgen tussen ondernemers die goederen zelf vervaardigen en ondernemers die goederen van derden betrekken. De maatstaf van heffing is de actuele kostprijs, waaronder de loonkosten, ongeacht of aftrek is genoten.
De rechtbank vond geen aanleiding om de jurisprudentie over wetswijzigingen (Leusden en Holin Groep) op dit geval toe te passen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de toelichting bij de Zesde richtlijn faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de Stichting tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.