ECLI:NL:RBARN:2007:BA1802
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding gederfd woongenot en schade door onrechtmatige hinder nabij woning
De Rechtbank Arnhem heeft op 14 maart 2007 uitspraak gedaan in een civiele zaak waarin eisers vergoeding vorderen voor gederfd woongenot en materiële schade aan hun woning door langdurige geluid-, trillings-, stank-, stof- en visuele hinder veroorzaakt door werkzaamheden nabij hun woning vanaf 1994 tot 4 juni 2003.
De rechtbank bevestigde eerdere aansprakelijkheid van de gemeente en een andere partij voor de onrechtmatige hinder en kende reeds smartengeld toe. Nu werd de materiële schade nader beoordeeld, waarbij de huurwaarde van de woning als objectieve maatstaf werd gehanteerd om het gederfde woongenot te berekenen. De rechtbank verwierp het verweer dat naast smartengeld geen materiële schadevergoeding mogelijk is.
Daarnaast werd de schade aan de woning door scheurvorming besproken. De rechtbank benoemt deskundigen om bodemgesteldheid, afgravingen en de oorzaak van de schade te onderzoeken. Ook de vermeende inkomensschade door vervroegde VUT en de uitwijkkosten wegens overlast werden behandeld; de uitwijkkosten werden afgewezen vanwege dubbele vergoeding.
De procedure wordt aangehouden voor deskundigenonderzoek en getuigenverhoor, met een rolzitting gepland op 28 maart 2007. De rechtbank draagt eisers op bewijs te leveren voor de datum van VUT-gang van de betrokken persoon.
Uitkomst: De rechtbank wijst uitwijkkosten af, draagt bewijslevering over VUT-datum op en houdt verdere beslissingen aan voor deskundigenonderzoek.