ECLI:NL:PHR:2011:BP1410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Kwalificatie van gederfd woongenot als vermogensschade of immaterieel nadeel in schadestaatprocedure
In deze schadestaatprocedure vordert eiser vergoeding voor verminderd woongenot aan zijn woning, veroorzaakt door werkzaamheden van verweerster op een aangrenzend perceel. De kernvraag is of het hof de schadepost "minder woongenot" ambtshalve als vermogensschade had moeten kwalificeren in plaats van immateriële schade.
Eiser woonde jarenlang in een verzakt huis met gebreken en vorderde een schadevergoeding van ƒ65.000,- voor gederfd woongenot, terwijl verweerster slechts ƒ3.000,- aanbood. Het hof wees de vergoeding van ƒ3.000,- toe en kwalificeerde de vordering als immateriële schadevergoeding, hetgeen eiser in cassatie betwistte.
De Hoge Raad overweegt dat gederfd woongenot zowel als vermogensschade als immaterieel nadeel kan worden gekwalificeerd, afhankelijk van de omstandigheden en de wijze van schadebegroting. Het hof heeft de vordering als immateriële schade opgevat en dit oordeel is niet onbegrijpelijk, mede omdat eiser geen concrete uitgaven heeft gesteld die hun doel hebben gemist. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vergoeding van ƒ3.000,- voor gederfd woongenot blijft in stand.