ECLI:NL:RBARN:2007:BH0103
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Lening aan dochteronderneming onder onzakelijke voorwaarden leidt tot niet-aftrekbaar afwaarderingsverlies
Eiseres, houdster van alle aandelen in [F BV], verstrekte in 1999 een lening van ruim € 5,2 miljoen aan haar dochtermaatschappij, gefinancierd door een effectenportefeuille. De lening had een rente van 5% en een looptijd van tien jaar, maar er werden geen zekerheden verstrekt. Ultimo 2001 was het eigen vermogen van [F BV] negatief en had eiseres een afwaardering van haar vordering op de dochtermaatschappij opgenomen.
De Belastingdienst stelde dat de lening onder onzakelijke voorwaarden was verstrekt en dat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar was. De rechtbank stelde vast dat eiseres de lening bewust onder onzakelijke voorwaarden had verstrekt, mede vanwege het ontbreken van zekerheden en het grote financieringsrisico voor de dochtervennootschap. Dit werd gezien als een informele kapitaalstorting.
De rechtbank oordeelde dat het verlies dat voortvloeit uit deze onzakelijke lening niet ten laste van de fiscale winst kan worden gebracht, omdat het een aandeelhoudersmotief betreft. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van het afwaarderingsverlies af wegens onzakelijke leningvoorwaarden.