ECLI:NL:GHARN:2008:BG6670
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.F.C. Spek
- A.J. Kromhout
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afwaardering onzakelijke geldlening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die zich als fiscale beleggingsinstelling wilde laten aanmerken, had effecten overgedragen aan haar dochtervennootschap Y BV binnen een fiscale eenheid. De vordering op Y BV werd later omgezet in een geldlening met een rente van 5%, maar Y BV beschikte niet over winstgevende activiteiten en kon de rente niet voldoen zonder verkoop van effecten.
Belanghebbende waardeerde haar vordering af vanwege het negatieve eigen vermogen van Y BV. De Inspecteur weigerde deze afwaardering te erkennen omdat de geldlening onzakelijk was. Het Hof oordeelde dat de lening inderdaad onzakelijk was, omdat Y BV geen zekerheid bood, de rente niet kon worden voldaan zonder afbraak van de effectenportefeuille, en de voorwaarden niet overeenkwamen met zakelijke financieringsvoorwaarden.
Het bewijsaanbod van belanghebbende om vergelijkbare financieringsproducten aan te tonen werd door het Hof afgewezen vanwege essentiële verschillen. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de afwaardering niet ten laste van de winst kan komen, omdat het debiteurenrisico alleen door belanghebbende als aandeelhouder werd aanvaard.
Tenslotte oordeelde het Hof dat geen bijzondere omstandigheden tot een ander oordeel leiden en dat er geen aanleiding was tot een kostenveroordeling. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de afwaardering van de onzakelijke geldlening niet ten laste van de winst kan worden gebracht.