ECLI:NL:RBARN:2008:BD0493
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- F.M. Smit
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indeling kleinkinderen ongehuwd samenwonende partner in successierecht
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil over de indeling van kleinkinderen van een ongehuwd samenwonende partner van een erflater in tariefgroep III van de Successiewet 1956, in plaats van tariefgroep I, voor de heffing van successierecht. Eiser stelde dat deze indeling leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van kleinkinderen van gehuwden en dat dit in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro.
De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte bij één uitspraak op bezwaar op het gezamenlijk ingediende bezwaarschrift van de erfgenamen had beslist, wat een procedurefout opleverde. Daarom werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en het beroep gesplitst. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was de zaak te behandelen en dat verwijzing naar een andere rechtbank niet wenselijk was.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat er geen sprake is van gelijke gevallen, omdat tussen erflaatster en de kleinkinderen van haar ongehuwd samenwonende partner geen bloed- of aanverwantschap bestaat. De rechtbank onderschreef de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever om aanverwanten in tariefgroep III in te delen en verwierp het beroep van eiser. De aanslag werd gehandhaafd.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van proceskosten af, omdat het primaire besluit niet werd herroepen en geen sprake was van beroepsmatige bijstand. De uitspraak werd op 25 maart 2008 in het openbaar uitgesproken door de genoemde rechters.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens procedurefout en handhaaft de aanslag successierecht met indeling in tariefgroep III.