ECLI:NL:RBARN:2008:BD2057
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid dader moord en shockschade moeder slachtoffer
Op 1 oktober 2002 werd de dochter van eiseres op gewelddadige wijze door gedaagde sub 3 vermoord. De dader is onherroepelijk veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Eiseres vordert onder meer schadevergoeding wegens immateriële schade (shockschade en traumatic stress) en materiële schade als gevolg van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelt vast dat de dader onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiseres door de moord. De shockschade van eiseres wordt erkend, maar zij moet nog een psychiatrisch deskundigenonderzoek ondergaan om vast te stellen of sprake is van een erkend ziektebeeld. De vordering tot vergoeding van de zogenoemde traumatic stress van het slachtoffer wordt afgewezen omdat het recht op smartengeld niet is overgegaan.
De vorderingen tegen de ouders van de dader worden afgewezen. Hoewel zij hun zoon hebben geholpen na de moord en vermogen beheren, is onvoldoende gesteld dat zij onrechtmatig jegens eiseres hebben gehandeld. Ook het onttrekken van vermogen aan verhaal wordt niet bewezen geacht. De rechtbank wijst verder de vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan eiseres toe, onder voorbehoud van nadere specificatie.
De procedure wordt aangehouden voor het deskundigenonderzoek en nadere stukken over buitengerechtelijke kosten. Het vonnis is gewezen door de rechtbank Arnhem op 21 mei 2008.
Uitkomst: De dader is aansprakelijk voor de moord en shockschade van de moeder, maar de vorderingen tegen de ouders worden afgewezen; de procedure wordt aangehouden voor deskundigenonderzoek.