ECLI:NL:RBARN:2008:BD8677
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve verwijzing effectenleasezaak naar sector kanton wegens huurkoopkarakter
In deze zaak stonden vier effectenleaseovereenkomsten tussen eiseres en Dexia Bank Nederland N.V. centraal, betreffende de producten Capital Effect I, II, III en Profit Effect. De overeenkomsten betroffen lease van effecten met een looptijd van 120 tot 240 maanden, waarbij maandelijkse betalingen bestemd waren voor rente en aflossing van leningen. Dexia had de overeenkomsten beëindigd en eindafrekeningen gestuurd, waarbij sprake was van restschulden die eiseres niet had voldaan.
Eiseres vorderde onder meer nietigheid van de overeenkomsten op grond van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het consumentenkrediet, terugbetaling van betaalde bedragen en een verklaring dat Dexia niets meer van haar kon vorderen. Dexia vorderde betaling van achterstallige termijnen en rente, en bevestiging van haar vorderingen.
De rechtbank verwees naar een recente Hoge Raad-uitspraak waarin dergelijke effectenleaseovereenkomsten werden aangemerkt als huurkoopovereenkomsten. Hierdoor viel het geschil onder de exclusieve bevoegdheid van de kantonrechter, ongeacht de hoogte van de vorderingen. Omdat eiseres haar vordering niet bij de sector kanton had ingediend, besloot de rechtbank ambtshalve de zaak naar die sector te verwijzen.
De rechtbank wees partijen erop dat zij in de vervolgprocedure niet verplicht waren zich door een procureur te laten vertegenwoordigen en dat de kantonrechter over de proceskosten zou beslissen. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2008.
Uitkomst: De rechtbank verwees de effectenleasezaak ambtshalve naar de sector kanton wegens het huurkoopkarakter van de overeenkomsten.