ECLI:NL:RBARN:2008:BG5994
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1998-2001 en fiscale woonplaats betwist
Eiser, woonachtig in Nederland met een duurzaam tehuis, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 1998 tot en met 2001. Verweerder stelde dat er sprake was van een nieuw feit gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek, waardoor navordering mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen tijdig waren opgelegd en dat verweerder inderdaad beschikte over het vereiste nieuwe feit, aangezien het strafrechtelijk onderzoek pas later bekend werd.
De fiscale woonplaats van eiser werd vastgesteld in Nederland, mede vanwege het verblijf van zijn gezin en zijn vaste woonadressen, ondanks zijn detentieperiode op Curaçao. De rechtbank vond dat eiser aanzienlijke uitgaven had gedaan zonder aannemelijke verklaring voor de herkomst, wat een omkering van de bewijslast rechtvaardigde. De aanslagen werden vastgesteld op een belastbaar inkomen van €340.335 per jaar over de jaren 1998 tot en met 2001, waarbij correcties werden aangebracht op de berekeningen van verweerder.
Ten aanzien van de opgelegde vergrijpboetes oordeelde de rechtbank dat het standpunt van eiser over zijn fiscale woonplaats pleitbaar was, waardoor de boetes niet konden worden gehandhaafd. Voor het jaar 2001 werd de boete eveneens vernietigd omdat eiser geen aangifte had gedaan maar de bewijslast niet omgekeerd kon worden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beroepen tegen het niet tijdig beslissen werden niet-ontvankelijk verklaard, terwijl de beroepen tegen navorderingsaanslagen, boetes en heffingsrente gegrond werden verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en beschikkingen heffingsrente over 1998-2001 worden verminderd of vernietigd, boetes vernietigd, en eiser wordt in proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.